Wat is jouw werk nog waard als AI alles in één prompt kan maken?
Door Bart Mol6 min leestijd
Opus 5.5 maakt met één prompt indrukwekkende motion graphics — maar als iedereen dat kan, is het niks meer waard. Bart duikt in anti-inductieve systemen, Peter legt het gatenkaasmodel over NVIDIA's agent-safety, Bert ontleedt hallucinaties en de Turing Line stopt bij Dartmouth Station.
Beluister Turing Station op Spotify | Apple Podcasts | YouTube.
Als iedereen met één prompt een showreel kan maken waar vroeger weken werk in zat — wat is die showreel dan nog waard? Dat is de vraag die deze aflevering als een rode draad door alles heen loopt: van motion graphics tot ontsnappende AI-agents, van hallucinerende taalmodellen tot de zomer van 1956 waarin AI zijn naam kreeg.
TL;DR
- [00:07:40] In het kort: de ongemakkelijke AI-top bij het Witte Huis waar iedereen ineens "SI" moet zeggen, de noodoproep van Nederlandse veiligheidsdiensten over AI-aanvallen, en een tegenvallende OpenAI dev day waar het einde van de subsidies in beeld komt.
- [00:19:30] Opus 5.5 one-shot motion graphics zijn indrukwekkend — maar zodra iedereen het kan, is de output waardeloos. Bart legt uit hoe anti-inductieve systemen werken, van Metallica tot TikTok-rijen.
- [00:42:05] NVIDIA lanceert het Open Agent Safety Platform na tienduizenden incidenten met AI-agents. Peter legt er het gatenkaasmodel overheen: vijf veiligheidslagen waarvan de gaten nooit op één lijn mogen liggen.
- [00:54:40] Bert laat zien hoe een taalmodel een rekensom maakt — meteen weten, hoofdrekenen, kladblaadje of rekenmachine — en waarom hallucineren precies gebeurt waar het model zichzelf overschat.
- [01:16:00] De Turing Line stopt bij Dartmouth Station: de summer study van 1956 waar John McCarthy de term Artificial Intelligence muntte en de strijd tussen symbolisten en connectionisten begon.
In het kort: het Witte Huis, een noodoproep en een tegenvallende dev day
We beginnen bij een opmerkelijke AI-bijeenkomst in het Witte Huis, waar zo'n beetje iedereen aanwezig was: Dario Amodei, Elon Musk, Jensen Huang, Zuckerberg en OpenAI. Bart raadt iedereen aan de geïmproviseerde persconferentie terug te kijken: de ongemakkelijkheid spat ervan af, met Amodei die zichtbaar onwennig naar voren wordt geroepen en Musk en Huang die hoorbaar moeite hebben met de nieuwe term "SI" — super intelligence — die ineens overal moet vallen.
Dichter bij huis kwam Peter een noodoproep tegen van Nederlandse veiligheidsdiensten: AI versnelt de dreiging, vijandige AI-agents hebben het voorzien op Nederlandse infrastructuur, en daar zijn niet eens frontier models voor nodig. Het advies: basis op orde, uitgaan van assume breach, en signalen serieus nemen. Bart voegt eraan toe dat wie ervan uitgaat dat hij gehackt wordt, misschien ook wat minder data moet bewaren.
En dan OpenAI: de dev day viel tegen, de nasleep van de Hugging Face hack blijft etteren — inclusief modellen die bleken te porren in Australische overheidssystemen — en het einde van de subsidies komt in beeld. Het 20x-abonnement wordt feitelijk een 10x-abonnement, met daarboven een abo van $500. De meta kan snel schuiven in dit wereldje, maar ondertussen zijn de modellen zo goed dat het voor de meeste taken nauwelijks nog uitmaakt welke je gebruikt.
One shots maken output waardeloos
Opus 5.5 blijkt met één prompt indrukwekkende motion graphics te kunnen maken — iets waar je vroeger speciale tools en uren werk voor nodig had. Maar binnen twaalf uur stond X vol met reels die er allemaal ongeveer hetzelfde uitzagen. Bart vatte het samen in een tweet: zodra een model iets kan one-shotten, wordt die output waardeloos, want iedereen produceert exact hetzelfde en niemand wil het consumeren.
Dat bracht hem bij anti-inductieve systemen, naar een artikel van Scott Alexander: systemen waarin het patroon verdwijnt zodra mensen het ontdekken. De afsnijroute in de spits, de goedkope broodjeszaak, Metallica dat mainstream ging en daardoor niet meer cool was. Vroeger duurde die cyclus tien jaar, met social media weken — denk aan de TikTok-rijen in Amsterdam — en met AI nog maar dagen. Bart zag het op de braderie bij hem om de hoek: acht van de vijftien foodtrucks met dezelfde herkenbare ChatGPT-posters, terwijl juist de kraam met een echte foto van het broodje kip kerrie hem aantrok.
Voorlopig komt AI tot zo'n 70 à 80 procent en blijft er ruimte voor smaak, humor en ervaring — het is niet AI die je baan afpakt, maar de collega die AI wél gebruikt. Maar wat als AI ooit die 100% haalt? Dan blijven volgens Bart de zelfversterkende systemen over: reputatie, vertrouwen, menselijk contact, samen stil zijn in een vol stadion. Bert komt via een andere route op hetzelfde punt: als elke gedachte in een perfect boek kan worden gegoten, verliest de vorm zijn signaalwaarde en hebben we een nieuw coördinatiemechanisme nodig — en dat vind je in wat je samen in de fysieke ruimte beleeft.
AI-safety als gatenkaas
NVIDIA kondigde met ruim honderd partners het Open Agent Safety Platform aan, met twee lagen: Open Shell, een sandbox die buiten het AI-proces afdwingt waar een agent wel en niet bij kan, en Sentry, een beveiliger op een aparte chip die op de fysieke route naar het model zit en binnen milliseconden ingrijpt als een agent toch uitbreekt — in silicon enforcement. De aanleiding is urgent: volgens onderzoek van OpenAI en Anthropic waren er tienduizenden incidenten waarin frontier models guardrails omzeilden of uit sandboxes probeerden te ontsnappen.
Peter legt er het gatenkaasmodel van psycholoog James Reason overheen: complexe systemen zijn nooit veilig door één perfecte verdedigingslinie. Hij onderscheidt vijf plakken — intent, access, impact, detection en recovery — die elk gaten hebben. De kunst is te voorkomen dat die gaten op één lijn liggen, zodat een verkeerd geïnterpreteerde opdracht niet direct fataal is. NVIDIA's werk voegt plakken toe en verkleint gaten. Wat ons betreft: van harte welkom.
Hoe werkt hallucineren?
Bert neemt ons mee in hoe een taalmodel een rekensom maakt. Er zijn vier manieren: meteen weten (twee keer twee licht al in vroege lagen op als vier), hoofdrekenen (tussenstappen ín de lagen van één forward pass, zoals Anthropic in een paper liet zien), het kladblaadje (chain of thought reasoning) en de rekenmachine (tools). Interessant wordt het bij onderzoek van Maxim Andriuschenko: makkelijke sommen gaan goed, hele moeilijke ook — maar daartussen zit een strook fouten. Precies daar schat het model verkeerd in dat het nog geen kladpapier nodig heeft.
Dat is de blind spot, en dat is hoe hallucineren werkt: in de denkruimte van het model bestaan richtingen als "ik weet het niet", en als die onvoldoende oplichten, komt er een yolo-antwoord uit. Onderzoekers toonden dat aan door die activaties kunstmatig te manipuleren: onderdruk de "ik weet het niet"-richting en het model verzint vrolijk dat een onbestaand persoon een schaker is. Ook de beloningsstructuur speelt mee: als gokken evenveel oplevert als eerlijk "weet ik niet" zeggen, leert een model gokken. Berts conclusie: hallucineren is geen willekeurig fenomeen, en het argument dat AI nooit intelligent kan worden omdat het hallucineert, snijdt geen hout — mensen hallucineren ook, en daarvoor bedachten we kladblokken, rekenmachines en peerreviews. Bart tekent daarbij aan dat de symbolisten hiermee wel een beetje gelijk krijgen: we fixen de grenzen van het neurale netwerk met symbolische tools. Bert noemt het het huwelijk tussen symbolisten en connectionisten — met als cruciale nuance dat het model zélf besluit wanneer het een tool pakt.
Turing Line: Dartmouth Station, waar AI zijn naam kreeg
Peter neemt ons mee naar Dartmouth Station, de eerste halte op de Intelligence Line. Hoofdpersoon is John McCarthy, die na een teleurstellende eerste poging met Claude Shannon (de essaybundel Automata Studies) in de zomer van 1956 een summer study organiseerde met Minsky, Rochester en Shannon, gefinancierd door de Rockefeller Foundation. Daar kreeg het vakgebied zijn naam — al twijfelde McCarthy er in oude interviews zelf openlijk aan of hij de term niet ergens had opgepikt.
Uit Dartmouth ontstonden twee stromingen: symbolisten, die intelligentie bouwden met regels en logica (met werkende expert systemen als Dendral en Mycin), en connectionisten, die machines wilden laten léren — maar daarvoor ontbraken data en rekenkracht. De Spoetnik zette vervolgens de geldkraan open voor de eerste AI-zomer, compleet met voorspellingen dat intelligente machines nog maar tien à vijftien jaar weg waren en de charmante typemachine-dialogen van Eliza. Begin jaren zeventig sloeg de winter toe: opschalen bleek te moeilijk en de geldschieters haakten af. Bart sluit af met een leestip die er naadloos op aansluit: The Infinity Machine van Sebastian Mallaby, over Demis Hassabis en hoe DeepMind — en later OpenAI — de connectionistische route alsnog liet werken.
Bronnen
In het kort
- AI-leiders op de koffie bij Trump over superintelligentie
- AIVD: AI vergroot de dreiging, nu handelen is noodzakelijk
- Het einde van de subsidies op AI-abonnementen lijkt nabij
- OpenAI: hoe we het beter gaan doen voor Australië
One Shots maken output waardeloos
AI-safety als gatenkaas
- De aankondiging van Jensen Huang (NVIDIA)
- Axios-scoop over 'tienduizenden incidenten'
- NVIDIA lanceert platform om ontspoorde AI-agents te beteugelen
Hoe werkt hallucineren?
- Onderzoek Andriushchenko: Astra en Fable laten rekenen
- Onderzoek Andriushchenko: rekenen zonder chain-of-thought
- Anthropic-onderzoek: rekenen in één forward pass
Turing Line - Dartmouth Station
- ELIZA als 'denkende' machine
- The Infinity Machine - Sebastian Mallaby
- Turing Line: outline Dartmouth Station (GitHub)
Timestamps
[00:00:00] - Intro
[00:07:40] - In het kort
[00:19:30] - One Shots maken output waardeloos
[00:42:05] - AI-safety als gatenkaas
[00:54:40] - Hoe werkt hallucineren?
[01:16:00] - Turing Line - Dartmouth Station


