GLM 5.2, tokenmaxxing en Claude Mythos/Fable
TL;DR
AI-samenvatting, door de redactie nagelezenGLM 5.2 van het Chinese bedrijf Zhipu loopt qua coding prestaties nog maar enkele maanden achter op de beste gesloten modellen van OpenAI en Anthropic.
Tokenmaxxing, het maximaliseren van AI-tokengebruik als bedrijfsmaatstaf, leidt inmiddels tot hoge facturen en dwingt bedrijven als Uber en Amazon om te bezuinigen.
Anthropic trok zijn nieuwste modellen Mythos en Fable wereldwijd in na druk van de Amerikaanse overheid over jailbreaks en nationale veiligheid.
Emma Pierson pleit in The Atlantic voor het vertragen van AI-ontwikkeling, maar de hosts staan hier kritisch tegenover.
Peter introduceert een nieuwe rubriek die de geschiedenis van AI als metrokaart behandelt, beginnend bij de Griekse mythe van Talos.
Hoofdstukken
- 00:00:00
Introductie van Turing Station
Bart, Bert en Peter leggen uit waarom ze nu starten met een Nederlandstalige AI-podcast en voor wie deze bedoeld is.
Spring naar dit hoofdstuk
Bart - 00:06:06
GLM 5.2 en het modellenlandschap
Bert legt uit wat foundation models, open weights en closed weights zijn en bespreekt de sprong die GLM 5.2 maakt richting de topmodellen.
Spring naar dit hoofdstuk
Bert - 00:22:27
GLM 5.2 in de praktijk
Bert en Bart delen hun praktijkervaringen met GLM 5.2 via Codex, Venice en Openrouter, inclusief kosten en beperkingen.
Spring naar dit hoofdstuk
Bart - 00:30:46
Tokenmaxxing en de kosten van AI
Bart legt uit hoe bedrijven tokengebruik maximaliseerden als adoptiesignaal en hoe dit nu leidt tot hoge kosten en usage based billing.
Spring naar dit hoofdstuk
Bart - 00:41:17
Moeten we AI-ontwikkeling vertragen
Bert bespreekt het Atlantic-artikel van Emma Pierson die pleit voor vertraging van AI, waarna Bart en Peter tegenargumenten geven.
Spring naar dit hoofdstuk
Bert - 00:55:02
Mythos en Fable
Bart vertelt het verhaal van Anthropics nieuwe modellen Mythos en Fable, het conflict met de Amerikaanse overheid en de tijdelijke intrekking.
Spring naar dit hoofdstuk
Bart - 01:14:20
De metrokaart van AI
Peter introduceert een nieuwe rubriek die AI-geschiedenis als metrokaart behandelt en vertelt de mythe van Talos als vroeg voorbeeld van een autonoom wezen.
Spring naar dit hoofdstuk
Peter - 01:30:37
Afsluiting
De hosts vragen luisteraars om feedback en kondigen de volgende aflevering aan.
Spring naar dit hoofdstuk
Bart
Hoofdstukken
Genoemd in deze aflevering
- Open source loopt nog maar drie tot vier maanden achter op de beste gesloten modellen.
- Een dure MacBook met 36GB RAM is al het minimum om lokale AI-modellen te draaien.
- Een Fortune 500 klant zet de helft van zijn coding over naar GLM 5.2.
- GLM 5.2 kostte in een weekje experimenteren ongeveer twintig tot dertig dollar.
- Peter Steinberger geeft 1,3 miljoen dollar per maand uit aan AI-tokens.
- Uber stelde een cap van 1500 euro per maand op AI-tokengebruik per werknemer.
- Ik loop liever het risico op kanker dan dat ik AI zich zo snel zie ontwikkelen.
- Amazon meldde bij de overheid een jailbreak in het model Fable.
- De bronzen reus Talos wordt gezien als prototype van de allereerste robot.
Transcript
16.283 woorden · klik een tijdcode om te springen
Bart Mol: Welkom bij aflevering één van Turing Station, de AI podcast van Nederland. Ik ben Bart Mol en samen met Bert en Peter Slagter bespreken we hier elke week het belangrijkste nieuws over AI. Met deze week nieuws over een nieuw Chinees model. Bert.
Bert Slagter: Ja, GLM 5.2, een open source model dat misschien wel even goed is als de bekende modellen. De beste modellen van OpenAI en Anthropic.
Bart Mol: Ja, en die modellen, die gebruiken tokens. En de vraag is: hoeveel moet je er gebruiken? Token maxing of token mining? Daar hebben we het ook over. En als laatste gaan we terug de oudheid in. Peter, jij neemt ons mee naar Griekse mythologie. Wat heeft dat in godsnaam te maken met AI?
Bert Slagter: Ja, ik wilde voorkomen dat wij als podcast, net als wat veel vaker gebeurt, gewoon direct alle moderne termen die om je oren vliegen. Wat is het nou precies? Je wordt gelijk de diepte in meegenomen. Ik dacht: ik pak Turing Station. Ik behandel het even als een soort van metrokaart. En we gaan eens helemaal terug naar het allereerste station om te kijken: wat is er nou allemaal gebeurd? Duizenden jaren voordat AI überhaupt een ding was, waar we nu iets van kunnen leren.
Nog 16.078 woorden aan transcript · vouw uit om alles te lezen.
Bart Mol: Ja, welke parallellen kunnen we trekken? Ik kan jullie vertellen, het was een klapper van een aflevering, dames en heren. Wij hebben het heel leuk gehad.
Bert Slagter: Ja, was heel erg leuk.
Bart Mol: Heel veel plezier, heel veel luisterplezier en laat ons weten wat je ervan vindt. Welkom bij Turing Station. Zo mannen, daar zitten we dan voor de eerste aflevering van Turing Station. Ja, de AI podcast van Nederland. Zoals we in de intro al zeiden natuurlijk. Ja, ik heb er zin in. Ik ben Bart Mol. Ik zit hier natuurlijk met Bert en Peter Slagter. We zitten met z'n drieën. Ja, het is het begin van een nieuwe podcast. En we willen ook gewoon direct jullie tijd goed gaan besteden. Dus we gaan niet vertellen wat wij allemaal gedaan hebben, wie wij allemaal zijn. Maar we gaan wel vertellen eventjes, Bert, waarom we nu met deze podcast beginnen. Waarom nu? Waarom niet volgend jaar? Waarom niet over een maand? Waarom niet een jaar geleden? Waarom is nu het moment om met een Nederlandstalige AI podcast te beginnen?
Bert Slagter: Ja, technologie ontwikkelt zich altijd in golven. Dan heb je momenten dat er alles bij elkaar komt en dan jaren dat er niks gebeurt. Winters en zomers. En we zitten nu in een AI-zomer. Decennia aan onderzoekswerk draagt vrucht en alle sporen komen bij elkaar en we zien de wereld voor onze ogen veranderen. De digitale wereld natuurlijk, waar iedereen ziet hoe AI het dagelijks werk van de kenniswerkers verandert, maar ook in de fysieke werken. Autonome voertuigen, drones en straks mensachtige robots die over je scherm heen dartelen. Nu alleen nog, maar straks in de echte wereld. En daar willen wij verslag van doen. Dit is wel het moment dat het ook uitleg vraagt van: wat betekent dit nou voor je dagelijks werk, maar ook voor de maatschappij, voor de economie. En ja, dat vinden wij leuk om daar verslag van te doen.
Bart Mol: Ja, precies. Hè, dus ook even voor jullie, de luisteraar. Je denkt misschien: ja, wat hebben wij nou precies aan zo'n podcast? Nou ja, wij hebben de luxe om voor ons bedrijf, ons mediabedrijf dat we hebben, elke dag met AI bezig te kunnen zijn, hè. We kunnen alle tools uitproberen. Dat doen we ook. Dat vinden we ook hartstikke leuk en we hebben de tijd om alles te volgen, het nieuws te volgen, wat er naar buiten komt. En wat we altijd proberen te doen is het signaal uit de ruis te halen en complexe materie begrijpelijk te maken. Het is best wel overdonderend soms wat er allemaal op Twitter bijvoorbeeld voorbij komt. Of ook gewoon op de NOS of in Nieuwsuur tegenwoordig zelfs. Je moet gaan vibe coden, maar hoe dan? Hè? Nou, dat gaan wij proberen uit te leggen en zo krijg je als luisteraar meer grip op deze snel veranderende wereld. Maar deze podcast is niet alleen voor de vibe coders, het is ook voor de zzp'er die AI wil toepassen in zijn werk. De investeerder misschien, die wel benieuwd is. Joh, SpaceX op $250, is dat een beetje te veel of een beetje te weinig? Hè? Of de gebruiker van ChatGPT die zegt: ja, is een gratis abonnement.
Bart Mol: Wat krijg ik meer als ik ga betalen? Hè, we zijn community focused. We doen het niet met z'n drieën. We doen het met z'n allen, met alle luisteraars. Dus laat ook vooral weten in de comments wat jij graag wil horen, welke onderdelen je wil zien in de podcast en welke vragen je hebt. Dan gaan we dat meenemen. Ja, dus deze podcast is echt voor iedereen die voelt: er is iets groots aan het gebeuren. Ja, en daar wil ik gewoon bij zijn. Ik wil op de eerste rang zitten, ik wil weten wat daar gebeurt. Daar is deze podcast voor gemaakt. Dus Peet, wat kunnen de luisteraars verwachten elke week?
Peter Slagter: Ik heb, nou ja, ik heb na jullie introductie vooral zin om te gaan luisteren, maar dan kom ik er nu ineens achter dat ik hem moet produceren. Potverdorie.
Bert Slagter: Met host.
Peter Slagter: Ja, precies.
Bert Slagter: O, ja.
Peter Slagter: En ik werd weer wakker. Maar we gaan dus, ja, we gaan dus elke woensdag, gaan we een podcastje opnemen. Dus dat is natuurlijk het belangrijkste wat je kunt verwachten van ons. En dat doen wij ook eigenlijk zonder onderbreking. Dat kun je, ja, dat durf ik wel te zeggen. Dat gaat gewoon van week op week door. Of het nou vakantie is of niet, of het nou regent of niet, of het nou pleuris warm is of niet. We hebben, om het te onderstrepen, hebben we eigenlijk gewoon even een code oranje afgevaardigd, ook vandaag, zodat jij de tijd hebt. Een hitteplan, kun je gewoon op beroepen, vandaag lekker kunt gaan luisteren naar afleveringetje één. Uhm, ja, je mag van ons natuurlijk ook verwachten dat we weten waar we het over hebben. Dat we niet alles wat er gebeurt voor zoete koek slikken. Zo zitten wij ook niet in elkaar. We hebben een redelijk kritische blik op dingen. Wel constructief en positief, maar we scheiden wel heel echt precies ruis van signaal en hype van wat ertoe doet. Nou, we zijn ook, wat Bart al zei, mensen die zelf dingen bouwen. We zijn bouwers. We experimenteren veel. Zeker Bert en ik hebben een technische achtergrond en de afgelopen jaren hebben we Bart ook zien ontwikkelen eigenlijk tot iets wat vrij dicht tegen programmeur aan ligt, durf ik wel te zeggen.
Peter Slagter: Veel hands-on ervaring kunnen we over vertellen. En natuurlijk ook wat we heel belangrijk vinden is een plek maken waar je zelf ook terechtkunt met je vragen, met je ervaringen. En die hoeven niet technisch te zijn. Kan ook best maatschappelijk georiënteerd zijn bijvoorbeeld. Die community focus, die insteek vinden we heel belangrijk.
Bert Slagter: Ik heb er veel zin in, Bart, moet ik zeggen.
Bart Mol: Ja, nou ja, wij alle drie, denk ik. Het is echt weer even, nou, leuk. We hebben er zin in en we gaan dus ook gewoon snel beginnen met het eerste item van deze week. Ja Bert, want we moeten het hebben over GLM 5.2. Dat klinkt spannend in ieder geval. Dat klinkt ook technisch. Ik ben wel benieuwd. Zag het langskomen op Twitter. Jij ook? Je hebt je erin verdiept. Wat zag je?
Bert Slagter: Ja, ik zag een tweet van Haider Khan en die zei: "Wat een sprong van GLM 5.2. Ik zou zeggen dat open source nu nog maar drie tot vier maanden achterloopt op de nieuwste gesloten modellen." En, uhm, ja, heel veel meer van dat soort tweets van mensen die heel enthousiast waren, onder de indruk waren van dat nieuwe model. En ja, er zit nogal wat in zo'n tweet, hè. Wat is GLM dan? Hè, een model zoals Opus en GPT en Gemini. Daar moeten we het eens even over hebben. Wat is dan open source of open weights? Wat is dan voorlopen? Wat is achterlopen? En, ja, zo'n eerste aflevering is een mooi moment om dat eens even uit te pakken. Uhm, ja, een LLM, een large language model, dat is het brein dat het antwoord formuleert op basis van jouw input. Dus als jij in ChatGPT zit bijvoorbeeld, of in Claude, en je typt daar iets in, dan gaat die tekst naar de dienst toe van ChatGPT en wordt daar verwerkt.
Bert Slagter: Er wordt van alles aan toegevoegd, hè, dus de vraag die jij stelt, maar ook de eerdere vragen en eerdere antwoorden. Die worden ook onderdeel van de input voor het model. Maar ook de persoonlijke informatie die jij hebt ingevuld en het geheugen wat erover is opgeslagen. En dat allemaal bij elkaar noemen we de context. Dat gaat uiteindelijk het model in. De LLM. Het model formuleert dan een antwoord en dat is tegenwoordig al lang niet meer het volgende woord raden, hè. Zo begon het een beetje. Hij redeneert eerst over de input. Hij zoekt externe bronnen op, op het web. Hij vat die samen en weegt die mee. Dat wordt ook onderdeel van de context. Hij gebruikt soms tools zoals rekenmachine of ter plekke geschreven programmaatjes. En dan volgt het antwoord en dat krijg jij dan op je scherm. En, ja, je ziet eigenlijk al een soort van gelaagdheid. Helemaal in het midden zit dat model en daaromheen zit van alles en nog wat. De orchestrator noemen we dat, die al die informatie eerst bij elkaar veegt voordat het model heengaat. En daaromheen zit de applicatie die je gebruikt, hè.
Bert Slagter: En meestal praten we over op het niveau van applicatie. We hebben het over ChatGPT.com of Claude.ai. Dat zijn sites of de app op je mobiel. Of Codex of Claude Code, hè, dat zijn dan ook apps, maar daar kun je samen met een LLM mee programmeren. Maar dat is eigenlijk hetzelfde.
Bart Mol: Noemen ze het een harnas.
Bert Slagter: Ja, een harnas noemen ze dat. Ja. En vaak hebben we het over die apps en soms gaat het heel eventjes een laag dieper. En dan hebben we het niet meer over ChatGPT, maar dan hebben we het over GPT 5.5. We hebben het niet meer over Claude, maar we hebben het over Opus 4.8 of over Fable 5. Dan ineens gaat het heel eventjes over het model en dan staat ineens bij het Nieuwsuur of op de voorpagina van de krant gaat het ineens over Mythos, over het model en niet meer over Anthropic, het bedrijf, of Claude, de app. Dus je hebt eigenlijk een aantal verschillende dingen. Je hebt het bedrijf dat dingen doet, dat is bijvoorbeeld OpenAI en Anthropic. Je hebt apps die door hun gemaakt worden, ChatGPT en Claude. En dan heb je modellen die daar als brein gebruikt worden. Ja, ik vond zelf een aardige metafoor wel die van automerken, auto's en motoren. Je hebt Audi, die maakt de Audi A4 en daarin zit dan bijvoorbeeld een TFSI 50 motor of zo. En je hebt Volvo, de Volvo XC60 en daar heeft dan een T8 aandrijflijn zitten.
Bert Slagter: Maar er kan ook een T6 in of een B4. Dus je hebt dezelfde auto, ziet er ook hetzelfde uit, maar er kan een verschillende motor in. En die motor is het model. En die autotype is dan de app en het merk is dan de bouwer daarvan, hè. Dus OpenAI maakt ChatGPT, maar ook Codex. Het zijn twee verschillende autotypes en daarbinnen heb je allerlei soorten motoren die gebruikt kunnen worden. Nou, laat maar even weten in de comments of dit een handige metafoor is of niet. Ik vond hem wel geinig in ieder geval.
Bart Mol: Ik denk dat Volvo zich eerder positioneert als harnas.
Bert Slagter: Ja, precies. Voor de veiligheid, hè? Ja.
Bart Mol: Voor de-- ja, precies.
Bert Slagter: Ja. Ja, kijk, er zijn ontzettend veel apps die nu inmiddels AI gebruiken, hè. Je kunt haast geen app meer openen of er zit wel iets van AI in. In de chatbot, of ik bedoel als je WhatsApp opent dan doet hij ook, zit ook een knopje AI of, je krijgt in je mailprogramma samenvattingen van AI.
Bart Mol: Google inderdaad.
Bert Slagter: Ja, Google bovenin. Heel veel notifications op mijn telefoon zijn al een soort van AI-samenvatting. Ik denk: er zijn misschien wel tienduizenden, honderdduizenden apps die iets met AI doen. Alleen er zijn niet zo heel veel bedrijven die vanaf nul een model trainen. Dat is echt specialistenwerk en dat noemen we foundation models of base models. Dat zijn, zeg maar de modellen waar echt begonnen wordt met een leeg vel papier, hè, en waar getraind wordt en uiteindelijk iets, zeg maar een modellenfamilie ontstaat. Nou, OpenAI noemden we net al, dat is zo'n bedrijf met GPT. Anthropic noemden we net ook al. Opus is de meest gebruikte nu, maar Fable en Mythos gaan we het straks ook nog over hebben. Maar bijvoorbeeld ook xAI. Of eigenlijk nu onderdeel van SpaceX, hè. Misschien gaan ze dat nog hernoemen naar SpaceX AI. Grok is dan de naam van het model. Google DeepMind, dat is het AI-laboratorium van Google. Die maakt Gemini, maar ook Microsoft. Microsoft AI heeft pas een eigen model gepubliceerd.
Bert Slagter: MAI Thinking 1 heet dat ding. En Nvidia, ja, dat is de grote chipbouwer, hè, dus die reken-units maakt voor, ja, vroeger waren het videokaarten, tegenwoordig zijn ze echt specifiek gemaakt voor AI. Maar die traint ook modellen vanaf nul. Allemaal open source modellen. Nemotron is bijvoorbeeld een bekende die pas gepubliceerd is. En dan heb je natuurlijk nog Meta van Facebook. Ja, die waren in het begin ook echt onderdeel van de race totdat een van hun modellen lekte en sindsdien zitten ze op een soort van open source treinspoor met Llama. Dat zijn dan zeven Amerikaanse bedrijven met zeven Amerikaanse modellen en dat is hetgeen wij het meeste zelf tegenkomen in Nederland. Misschien heb je wel van Mistral gehoord. Dat is een Frans bedrijf, Mistral AI. Of ja.
Bart Mol: Onze hoop in bange dagen.
Bert Slagter: Ja, precies. Mistral 3 is dan het model. Uhm, maar ja, dat is eigenlijk een beetje de westerse helft van de wereld. China, ja, daar komen ook veel modellen vandaan. DeepSeek. Die heb je, denk ik, wel een keertje gehoord. Daar gaan we het zo meteen nog heel even over hebben. Maar bijvoorbeeld ook Alibaba. Ja, die kennen we wel van de productjes die verstuurd worden wereldwijd en zo. Die heeft Qwen als model. Kimi is ook een redelijk veel gebruikt model door Moonshot AI. Tencent, van WeChat is dat, maakt ook een model. Dat komen wij niet zoveel tegen. Die zit veel in de gaming en in de enterprise wereld. Huawei van de routers en de netwerkapparatuur heeft ook een model die dan vooral bij de overheid wordt gebruikt. Xiaomi van telefoons en dergelijke consumentenelektronica heeft ook een model gemaakt. Het zijn allemaal dingen die wij niet zo heel erg zien, maar als jij zo'n auto hebt van Xiaomi, dan zit daar gewoon hun eigen model in wat ze zelf getraind hebben. En dan.
Bart Mol: Mag ik een kleine aanvulling doen?
Bert Slagter: Ja.
Bart Mol: Wat nog verder buiten ons beeld valt, is wat er in India gebeurt bijvoorbeeld. Ik heb daar laatst wat over gelezen. Daar gaat het echt om tienduizenden AI-startups. Ook bedrijven die zelf die modellen trainen. Onder meer omdat zowel de westerse als oosterse modellen de talen die in India gesproken worden helemaal niet bevatten.
Bert Slagter: Ja.
Bart Mol: Dus daar is ook binnen India een enorme AI-bubbel ontstaan.
Bert Slagter: Ja, een heel groot ecosysteem van startups-
Bart Mol: Ja
Bert Slagter: ...die ook, ja, met elkaar, wat dat betreft zit er wel een beetje dezelfde dynamiek als China van: laten we gewoon zoveel mogelijk-
Bart Mol: Ja
Bert Slagter: ...startups tractie laten hebben, dan kijken we wel wat er overblijft, denk ik, ja.
Bart Mol: Daar zit ook geopolitiek component achter.
Bert Slagter: Ja, en dan is er nog eentje en dat is het bedrijf Zhipu. En die, tegenwoordig noemen ze zichzelf Z.AI, maar die heeft een modellenfamilie en die heten GLM. En nu zijn we aangekomen bij de tweet van Hayder in het begin over GLM 5.2 en dat is dan de nieuwste versie van het bedrijf Zhipu. Uhm, ja, er is een heel landschap dus van organisaties die modellen trainen. En dat trainen, dat is niet een kwestie van: wie kan er de beste of de meeste data in een machientje stoppen? Het gaat ook over het machientje zelf. Zo'n model is niet alleen maar data, het is ook een architectuur. Dat gaat namelijk over de manier waarop die verschillende lagen zijn gestapeld en vormgegeven en, nou, verschillende experts die in dat model zitten en de verschillende route die de data daar doorheen volgt. Dus de architectuur, maar ook de manier van trainen en ook de post-training. Dus als je zo'n basismodel hebt, wat doe je daarna? Nou, die bedrijven leren van elkaar. Onderzoekers die publiceren papers veranderen van baan en sommige bedrijven maken modellen openbaar.
Bert Slagter: En zo, ja, zie je dat al die modellen heel snel achter elkaar volgen. Dus de een die doet wat en de ander die neemt het van de een over. En, ja, het is echt een race geworden.
Bart Mol: Nou ja, neemt het over, dat is nog wel belangrijk. Anthropic, die heeft gewoon met naam en toenaam die Chinese modellenbouwers genoemd van: jullie stelen onze modellen.
Bert Slagter: Ja.
Bart Mol: Dus niet: jullie nemen het over, jullie trekken het er op een illegale manier uit. Jullie ontwikkelen helemaal niks zelf. Elke keer als wij een goed model hebben, twee weken later hebben jullie precies onze geheimen uit dat model gedistilleerd en in je eigen modellen gezet. Dus er speelt ook nog wel een soort van Amerika versus China component.
Bert Slagter: Zeker. Dus de destillatie, dat gaat dan met name over het africhten van het model, zeg maar. Het is hoe die op bepaalde dingen reageert. Maar architectuurkeuzes, ja, die worden vooral uitgewisseld via wetenschappelijke papers en mensen die van het ene naar het andere bedrijf gaan. En dat zit meer achter de schermen. Ja, bekende noemde ik al, GPT en Claude en misschien Grok en Gemini is bekend, maar misschien ken je DeepSeek ook. In januari 2025 was DeepSeek ineens wereldnieuws omdat zij een krachtig model openbaar maakten. DeepSeek R1 heette dat. En dat was het moment waarop een open source Chinees model ineens bijna kon wat die twee grote Amerikaanse modellen konden. En ze maakten dat openbaar, namelijk open source en open weights. Dus zowel de broncode, hè, de architectuur en de manier waarop getraind is, was openbaar gemaakt, maar ook het model zelf, de gewichten die erin zitten, de getallen. En dan ook nog eens onder een hele ruime licentie, de MIT License, waarbij het is toegestaan om het model commercieel te gebruiken, om er afgeleide modellen van te maken en er andere modellen op te trainen.
Bert Slagter: Dus dat was wel een beetje een schok, hè. Dus ineens leken OpenAI en Anthropic niet meer zo uniek en niet meer zo machtig. Ze liepen misschien nog twee, drie maanden voor op DeepSeek R1. En, ja, dat gat tussen die gesloten modellen, zeg maar de frontier models van de beste huizen, en die open modellen, dat is interessant. Hoe ver loop je dan voor? Want voor zo'n gesloten model geldt dat je afhankelijk bent van het bedrijf. Die bepaalt wie er toegang heeft, welke vragen je mag stellen, wat de kosten zijn. En dat zijn ook alle drie dingen die ze zomaar kunnen veranderen. Dus vandaag is het goedkoop, mag je alles vragen en mag iedereen toegang en morgen niet meer. Dus dat is best wel fragiel. Is best wel spannend. Het is wel een soort drukmiddel en ook een politiek machtsmiddel, een geopolitiek machtsmiddel. Dus open modellen, open source, open weight, dat is ineens best wel interessant van hoe ver lopen die er achter? En als het maar twee of drie maanden is, dan is het probleem een stuk kleiner dan als het een jaar is bijvoorbeeld, of twee jaar. Eigenlijk zou je, als je de capabilities, de vaardigheden, de vermogens van zo'n model zou willen meten, in een grafiek drie lijnen willen zien.
Bert Slagter: Hoe goed, hoe krachtig zijn die gesloten modellen? Dus OpenAI, Anthropic. Hoe krachtig zijn dan de beste open source open weights modellen? En hoe krachtig zijn de beste open modellen die je daadwerkelijk ook nog zelf op je eigen hardware kunt draaien? Want dat is nog wel een verschil. Het feit dat er iets open is of open source of open weight betekent niet dat het ook op je eigen computer draait, of misschien heb je een iets krachtiger consumentenapparaat staan, maar dat het daarop draait, dat hoeft het niet meteen te betekenen. Zeg maar die GLM 5.2, ja, dat is een enorm model. Moet ook gewoon in een datacentrum of op een hele echte, zeg maar een soort van apparaat van € 50.000.
Bart Mol: Ja, precies, dat is goed om de prijs even te noemen. Dan ga je echt richting tienduizenden euro's om dat überhaupt enigszins thuis te kunnen draaien.
Bert Slagter: Precies.
Peter Slagter: Hier moet even een goede streep onder, want soms krijg je de indruk: er komt iets nieuws uit. Oh, daar moet ik bij, moet ik zelf gaan proberen. Dat kan dus voor de modellen waarvoor dat eigenlijk wil, dat kan gewoon niet. Dus er zijn wel modelletjes die je zelf kunt draaien, maar de capabilities van die modellen, die zijn vaak ten opzichte van wat je gewend bent heel teleurstellend of minimaal.
Bart Mol: En zelfs daar heb je dan vaak, zeg maar, ik heb best wel een prijzige MacBook met 36 gigabyte RAM erin, zeg maar, dat is toch een beetje het minimale wat je moet hebben staan om een van die kleine modelletjes die jij noemt überhaupt zeg maar te kunnen draaien. Dus sowieso moet je wel € 3.000, € 3.500 aan hardware aftikken om überhaupt hier een beetje mee te kunnen spelen.
Bert Slagter: Wat ze vaak doen is zo'n topmodel dan publiceren en een aantal afgeleide modellen die kleiner zijn, waarvan de kleinste dan wel op je laptop draait, maar dan weer niet zo goed is als die allergrootste en dus ook weer niet vergelijkbaar met die frontier models. Dus wat je ziet is dat, zeg maar de allerbeste open source modellen, die lopen vaak drie, vier maanden achter en de allerbeste modellen die je op je eigen krachtige laptop kunt draaien lopen dan, ja, negen tot twaalf maanden achter. Dus er zit nog weer een stuk daar achter. Goed, het gat tussen die frontier models en die open weight models, die liep de laatste maanden wat op. Dat is niet goed. En toen kwam GLM 5.2 en toen zag je weer hetzelfde als bij DeepSeek. Ineens loopt zo'n open weights model niet zo heel ver meer achter en dat is de reden dat iedereen zo onder de indruk is en zo enthousiast is. Het lijkt dat GLM 5.2 vergelijkbaar is met GPT-5.4. Dat is het op één na beste model van OpenAI en een beetje tussen Opus 4.7 en 4.8 in zit voor, in ieder geval voor coding taken.
Bert Slagter: Op X was er een onderonsje tussen Tang Yi, dat is de founder van Zhipu, en Elon Musk. En iemand die stelde namelijk de vraag: hoe lang duurt het voordat Chinese modellen even krachtig zijn als Mythos en Fable? Daar gaan we het zo meteen nog even over hebben. En toen zei Elon Musk: nou, ik denk kwartaal één 2027. En toen zei Tang Yi, dus de founder van Zhipu: it won't take that long. Dus die zegt: het gaat eerder gebeuren. Analisten van JP Morgan die verwachten dat GLM 5.5 in augustus uitkomt en dat zal het model zijn met één biljoen parameters, dus ongeveer anderhalf keer zo groot als 5.2. Dat zou de grote test zijn of Zhipu daadwerkelijk de groeicurve van die open source modellen kan vasthouden. En dat zou ook belangrijk zijn voor de waardering van het bedrijf Zhipu. Dat is natuurlijk wat JP Morgan daar dan over zegt als zakenbank. Die hebben overigens een beursnotering in Hongkong. In januari zijn ze naar de beurs gegaan en sinds de beursgang keer 25 gegaan, dus dat is een goede investering geweest als je die IPO had meegepakt.
Bert Slagter: Nu een beurswaarde van $120 miljard. Dus ook het financiële, het beleggingsgedeelte is niet alleen maar een Amerikaans feestje. Dat is wel wat wij zien, hè, met die IPO van SpaceX bijvoorbeeld, maar ook in het oosten, in Azië, is dit een grote zaak. DeepSeek, ik had het er net al even over. Die haalde vorige week $7,4 miljard op tegen een waardering van $50 miljard. Daarin investeerde Tencent, 1,5 miljard, maar ook de National Industry Investment Fund van China. Dus China zelf investeert ook in dat soort rondes. Interessant, hè? Dat is dus iets wat wij in Europa niet echt doen. Ja, dan even naar de praktijk. Ik heb er zelf wat mee gerommeld. Ik heb GLM 5.2 via Venice aan mijn Codex geknoopt. Codex is een coding agent. Venice is een op privacy gericht AI-platform, een beetje vergelijkbaar met OpenRouter. Eerste indruk voor mij is: het werkt eigenlijk prima, maar wel lastig dat het niet multimodal is.
Bert Slagter: Dus hij kan geen afbeeldingen lezen, dus als je er een screenshot in dropt dan kan hij daar niks mee.
Bart Mol: Nee.
Bert Slagter: Dus dat is dan nog een klein minpuntje. Ik heb er nog niet zo heel veel mee gedaan, dus ik zal zo meteen aan Bart vragen, die heeft wat meer mee gedaan. Maar nog wel even twee andere reacties eerst van Alex Finn. Die draaide hem lokaal, het topmodel van 5.2 op een Mac Studio met 512 gig geheugen. Dus een apparaat van $40.000 of zo. En hij zegt: hij doet het wel, maar is wel traag. Dus wat bij OpenAI of Claude 15 seconden kost, duurt 5 minuten.
Bart Mol: Ja.
Bert Slagter: Dus het is niet werkbaar als één-op-één programmeertool als je het lokaal draait, maar wel voor 24/7 agents die gewoon op de achtergrond in alle rust wat dingen moeten verwerken. Bijvoorbeeld het reviewen van code.
Bart Mol: Dus dat was zijn ervaring. En Brian Roemmele die heeft veel getest ermee. Hij heeft 1700 agents draaien op GLM 5.2 zegt hij. Erg onder de indruk. En één Fortune 500 klant van hem, die gaat volgende week met de helft van zijn coding naar GLM 5.2. Dus die gaat weg bij de gesloten betaalde diensten en die gaat dan naar GLM 5.2. Dus goed, het zijn even twee datapuntjes. Bart, jij hebt er ook mee gespeeld.
Peter Slagter: Heel even voor. Kijk, die ervaringen, die zijn dus superpersoonlijk, hè. Dus zo'n Alex Finn die loopt er tegenaan dat het traag is op zijn specifieke setup.
Bart Mol: Ja.
Peter Slagter: En daar moet je altijd even rekening mee houden als context voor zo'n opmerking. Want ja, dit convergeert nu een beetje naar GLM 5.2. Dat is goed te draaien als je een klein clustertje van acht Blackwell Nvidia GPU's lokaal thuis hebt staan. Dus het kost je een investering van drie ton in dollars en dan wordt het vergelijkbaar met het gebruik van die frontier models via de cloud. Weet je wel. Nou, om je even een beeld te geven wat er nodig is, wat je thuis moet hebben staan, wat voor investering je moet doen. Die natuurlijk alleen maar rendeert als je hem vervolgens 24/7 gebruikt, hè, want dat krijgen we er ook nog bij. Maar ja, dus dat even. Het is altijd goed om-
Bart Mol: Ja, ik vind het een hele-
Peter Slagter: Context te plaatsen.
Bart Mol: ...het is een hele lastige topic vind ik het, want ik heb best wel vaak, dat lees ik op Twitter inderdaad, lokale AI modellen. Je moet het nu proberen, nu kan het. We hadden Gemma 4 een tijdje terug, hè, dat was- en het is heel lastig. Ik ben erachter gekomen dat alles wat agentic is, dus Claude Code, Codex, Hermes, Open Code, alles waar je veel context nodig hebt, ja, dat kan gewoon niet op jouw consumer hardware omdat je simpelweg dat geheugen niet in je computer hebt zitten. Je hebt niet genoeg VRAM of genoeg RAM of whatever, dus jouw context is zo klein dat al jouw tools, al jouw skills, dat past allemaal niet, hè. Je hebt geen 1 miljoen context tokens zoals je dat wel bij Claude Opus 4.8 hebt, bijvoorbeeld. Dus dat is inderdaad wel een belangrijk ding. Wat ik wel gezien heb wat werkt is bijvoorbeeld bij Gemma dat je kan vragen: analyseer deze foto en zeg wat erop staat. Dus hele simpele opdrachten, hè, of wat is het weer in Rotterdam? Hè, daar komt ie wel uit en dat is ook al heel vet. Alleen het is wel even expectation management als je gewend bent om-
Peter Slagter: Je kunt uit het raam kijken of het aan Gemma vragen.
Bart Mol: Ja, precies. Maar wat jij dus aan Gemma kunt vragen, dat was wat je een jaar of 18 maanden geleden als maximum kon vragen aan GPT. Wat was het? Drie punt zoveel toen. En dat is wat ik bedoel met het loopt zoveel achter. En dus wat je nu kunt verwachten van een lokaal model, dat is wat je een jaar of 1.5 jaar geleden kon verwachten van het beste betaalde model bij OpenAI. Zeker. Nou ja, goed, mijn ervaring met GLM 5.2. Ik gebruik Hermes als soort van experimentje met een personal assistant en ik gebruik Claude Code en Open Code voor mijn projectjes die ik heb. En daar heb ik, uh, GPT 5.5 en Opus 4.8 ingewisseld voor GLM 5.2. En surprise, surprise: ik merkte geen verschil. Ik denk ook een beetje dat ik op het punt kom dat voor heel veel dingen maakt het gewoon niet zoveel meer uit. Weet je, schrijf een simpel Python scriptje of werk een agenda invite bij, dat kunnen ze allemaal wel. Kijk, wat wel interessant is, hè, waar voor DeepSeek ook zo'n grote revolutie was een paar maanden geleden is omdat het gewoon 20 tot 30 keer zo goedkoop was als Claude en ChatGPT modellen.
Bart Mol: En dat zie je hier bij GLM ook weer. Het is weer goedkoper dan de andere modellen, mits je het via de API gebruikt, hè. Dus de abonnementjes die de meeste mensen hebben, die zijn natuurlijk alsnog veel goedkoper. Wat kost dat dan? Nou, ik heb het een weekje laten draaien. 50 miljoen tokens verder, ja, ga ik toch wel op 20, $30, hè. Dus zo zie je al, ja, dat is duurder dan een abonnementje bij ChatGPT. Dus dat tikt best wel aan als je dit gewoon via de API zoals dat heet dan gebruikt.
Peter Slagter: Maar het is wel een beetje appels-peren vergelijken, hè, een abonnement ChatGPT.
Bart Mol: Nou ja, nee, compute is compute uiteindelijk, hè, dus.
Peter Slagter: Ja, oké, maar als jij met Codex wil programmeren, 40, 50 miljoen tokens, dan vraag ik me af of dat niet alsnog duurder is, zeg maar.
Bart Mol: Nou ja, ik heb zelf een Codex abonnementje van €100. Daar draaide-
Peter Slagter: Dat klopt
Bart Mol: ...daar draaide ik Hermes hiervoor mee en dan zat ik na een weekje had ik 90, of 10% van mijn limiet gebruikt. Dus op dit moment word je echt wel flink gesponsord nog, dus ik zou zeggen subsidie. Nou biedt ZAI ook zo'n abonnementje aan, dus daar kan je ook dat kan je ook nemen, maar daar gebruik ik dan ChatGPT weer te veel voor, dus ik denk dat ik weer terug ga schakelen. Maar ja, op zich, het was niet minder. Dus dat was mijn conclusie een beetje na een weekje.
Peter Slagter: Na alle elementen nog wel meespelen zie je in deze context is, ja, er worden soms bij die frontier, met die frontier models, dus bij die modelhuizen die echt voorlopen, zoals Anthropic en OpenAI, worden soms nieuwe modellen gelanceerd waar echt een sprong mee gemaakt wordt. En dat werkt toch een beetje als heroïne, want dan merk je gewoon van: hé, dit werkt wel heel erg lekker, hè. Dus dingen worden ge-one shot of taligheid van iets is gewoon veel beter geworden en dan heb je dat twee dagen gebruikt en dan wil je eigenlijk niet iets anders meer. Je bent er vrij snel verknocht aan de kwaliteiten van zo'n nieuw model. Misschien dat we daar nog wel eens over terugkomen op het moment dat we het hebben over Fable, zeg maar, waarvan de toegang ineens weggenomen werd. Dat is toch een beetje alsof de heroïne voor je neus wordt weggeschoven, weet je wel. En dat is lastig. Het is een effect waardoor het gebruik van zo'n open model dat gelanceerd wordt, soms toch altijd een beetje tegen, als je het vergelijkt met die nieuwste modellen en je bent daar ook mee bezig, dat het altijd een beetje tegenvalt.
Bart Mol: Ja
Peter Slagter: Maar het is wel tof. Ja, het is wel tof dat GLM 5.2 eigenlijk de verhouding weer een beetje op scherp zet.
Bart Mol: Ja, misschien is het leuk om het dan nog even te hebben over die abonnementjes en API kosten en hoe dat dan allemaal zit. Daar hebben we ook een itempje over voorbereid, dus laten we daar eens naartoe gaan.
Peter Slagter: Ja.
Bart Mol: Ja, want misschien heb je er wel eens van gehoord, heb je het langs zien komen: token maxing. Dat is natuurlijk afgeleid van looks maxing. Doe je daaraan Peet, looks maxing? Zit je de hele dag je kaak een beetje te, ja.
Peter Slagter: Ik weet niet. Kijk eens naar mij.
Bart Mol: De vraag stellen is hem beantwoorden eigenlijk.
Peter Slagter: Ik wou net zeggen.
Bart Mol: Nee, dat is natuurlijk een.
Peter Slagter: Ik hoop het niet. Ik hoop dat je dat niet doet. Ja, ik wil inderdaad niet stellen dat dit het maximale is wat ik eruit kan halen. Nee, ik zit toch, ik denk dat ik op een veilige 75% zit.
Bart Mol: Ja, precies. Nee, dat is natuurlijk een generation Z dingetje, hè. De Gen Z, die waren daarmee bezig. En looks maxing betekent dat je er alles aan doet, hè, in jouw kracht. Vooral als man, want vrouwen doen dat eigenlijk natuurlijk altijd al, om er op je allerbeste uit te zien, je opperbeste uit te zien, hè. Dus alles wat je kan doen om je uiterlijk te verbeteren, dat doe je. Nou goed, dat is een hype geworden, want tegenwoordig kunnen we alles maxen en ook token maxing was, ja, vanaf maart, april van dit jaar echt een ding, hè. Overal moesten ze veel mogelijk AI tokens verbrand worden, want dat was een metric om echt te kunnen zien van: wij zijn hiermee bezig, hè, als bedrijf. En dat kwam eigenlijk een beetje, hè, in november 2025. Dat was eigenlijk het omslagpunt als ik er een beetje op terugkijk. Claude Code bestond al een tijdje, maar opeens hadden we Opus 4.5, een nieuw model in combinatie met Claude Code. Dat zorgde er eigenlijk voor dat opeens ook programmeurs zeiden, verstokte programmeurs van: oh ja, nu werkt het toch wel erg goed.
Bart Mol: Nu merk ik toch wel als ik het nu niet gebruik, dat ik toch eigenlijk het afleg tegen andere programmeurs die het wel gebruiken, terwijl dat daarvoor nog niet altijd het geval was. Daar kwam in maart 2026 nog eens overheen OpenClaude, hè, dat herinneren we ons ook nog wel, dat je opeens, ja, 24/7 de hele week lang je eigen agent had die allemaal dingen voor jou op ging lossen. Soort van personal assistant die jou hielp. Ja, en dat werkt natuurlijk. Nou ja, Peter zei, noemde het net al heroïne. Dat was ook voor CEO's in de techwereld van: oh shit, hier moeten we wat mee. Elk bedrijf leek wel opeens te zeggen van: ja, als je als developer of als je eigenlijk als werknemer bij ons geen AI gebruikt, ja, dan mag je vertrekken, hè, dus, en ik snap het ook wel, want op dat moment was de hype gewoon heel groot. En de makkelijkste manier om het op dat moment te meten was gewoon te kijken: ja, wie heeft er tot nu toe de meeste tokens gebruikt? Hè, wie gebruikte er de meeste tokens voordat we zeiden dat je veel tokens moest gebruiken?
Bart Mol: Best een goede maatstaf. Alleen er is iets dat heet Goodhart's Law en dat is eigenlijk wanneer een maatstaf een doel wordt, stopt het een goede maatstaf te zijn. Dus als opeens de CEO zegt: ja, wij gaan jouw prestaties beoordelen op het aantal tokens dat je gebruikt. Ja, dan gaan natuurlijk mensen en werknemers opeens gewoon aan Claude vragen: joh, Claude, doe zo lang mogelijk over deze taak als je wil. Of ze schrijven scriptjes die nutteloos tokens verbranden. Dus dan kan je je afvragen: was dit een dom idee vanaf het begin? Nou, misschien wel, maar het voordeel is natuurlijk wel, hè, het is een soort brute force manier om iedereen in het bedrijf met AI te laten werken. Want dat het natuurlijk efficiëntievoordelen met zich meebrengt, dat is ook wel weer duidelijk. We hebben bijvoorbeeld Peter Steinberger. Dat is degene die OpenClaude heeft ontwikkeld. Daarna is hij in dienst gekomen bij OpenAI om daar met OpenClaude verder te werken. Ja, die verbrandt voor $1.300.000 in tokens per maand. Hè, en dat maakt dit verhaal natuurlijk ook een beetje lastig, want hij is iemand die op Twitter heel veel volgers heeft inmiddels, ook wel gezien wordt als iemand die, ja, voorop loopt, hè, met: hoe werk je nou met AI?
Bart Mol: Alleen hij schetst nu een beetje een beeld wat helemaal niet haalbaar is voor de rest van de wereld. Hij is de enige ter wereld die zoveel tokens kan verbranden, dus hij heeft het nu tegenwoordig veel over loops, hè. Dus dat je je Claude Code, je AI eigenlijk in rondjes laat draaien. Dus als hij klaar is, begint hij weer opnieuw in plaats van dat je hem telkens hoeft bij te sturen. Ja, dat kan voor hem met die dure modellen. Maar ik heb net al verteld: ik heb mijn agent een beetje door laten draaien, toen zat ik op $40 per week. Ja, ik heb geen $1.300.000, Peter Steinberger, dat kan helemaal niet. En het grappige was bedrijven zelf ook niet. We hadden bijvoorbeeld Amazon had een leaderboard met werknemers die de meeste tokens verbruikten weggehaald. Uber, van de taxi's en Uber Eats. Die hebben een cap gezet, een maximum €1.500 per maand voor werknemers aan tokens. En zo waren er nog wel meer. En aan de andere kant zagen we opeens dat ook die AI-bedrijven zoals Anthropic en OpenAI opeens een beetje limieten begonnen te stellen.
Bart Mol: Niet zozeer in de abonnementjes die wij gewone stervelingen hebben, maar wel voor bedrijven. Dat er opeens werd gezegd: ja, Codex, die nieuwe tool die heel goed werkt, maar ook veel tokens gebruikt, ja, daar is het pay as you go. Daar betaal je voor verbruik. Mythos, of Fable-5, dat model van Anthropic wat superfantastisch is. Daar werd gezegd: ja, dat zit niet in de abonnementjes, ook niet in de duurste abonnementjes. Pay as you go. En ze zei, GitHub, Copilot, daar kon je heel veel Claude Opus gebruiken, hebben ze er ook uitgehaald. Usage based billing. Dus daar verandert iets, hè, op dit moment. En nou ja, goed jongens, de oplossing. Ja, jullie raden, nou ja, misschien, het is zo geniaal dat je het bijna niet kan raden.
Peter Slagter: Mag ik iets heel kort even toevoegen?
Bart Mol: Ja, tuurlijk. Voeg toe.
Peter Slagter: Want, ja, jij vertelt dit. En toen dacht ik van: ja, dit is één van de eigenschappen van de AI-wereld, van dat thema, van die trend, van die ontwikkeling waar je kunt zien: we zijn nog best wel vroeg in die cyclus. Aan de prijzen, hè, want je ziet eigenlijk op alle fronten dat het gebruik ervan eigenlijk nog te duur is.
Bart Mol: Ja.
Peter Slagter: Hè, want, laten we wel wezen, voor de meeste mensen, ook in Nederland, is gewoon een abonnement, een AI-abonnement al best wel prijzig, zeg maar. Is vergelijkbaar met je tv-abonnement of een krant en dan kun je chatten met ChatGPT. Maar als jij daarnaast wil experimenteren met andere modellen van andere huizen, dan lopen de kosten al zo ver op dat je het eigenlijk niet meer kunt dragen. Toegankelijk? Nou, valt eigenlijk best wel tegen. Ga je buiten het westen kijken in landen die, waar mensen veel minder te besteden hebben iedere maand, dan is die toegang eigenlijk onbetaalbaar. Wat kan je dan? Kun je je afvragen. En dat zie je dus eigenlijk in de hele keten. Want zelfs de rijkste bedrijven die moeten aan de rem trekken. Van: ja, dit is gewoon te duur voor ons om dit te doen. Als het niet in abonnementsvorm kan, dan moeten we gewoon afrekenen voor gebruik en dan lopen de kosten zo hard op. Ja, daar hebben we het geld helemaal niet voor. Onze budgetten die verbranden waar we bij staan, tot bij de producenten zelf die zien van: ja, hmm, wat we nu aanbieden, dat komt er eigenlijk niet uit.
Peter Slagter: Ik bedoel, we halen wel heel veel miljarden op, maar die verdampen waar we bij staan.
Bart Mol: Ja.
Peter Slagter: Dus daar kun je, dus, interessant is dat, om eventjes te zien van we zitten, het is dusdanig vroeg in de ontwikkeling en de opkomst en in de adoptie van AI, dat prijzen, prijsstelling, echt nog uitgedokterd moet worden.
Bart Mol: Nee, zeker. Je zag dat natuurlijk. Het is een beetje te vergelijken met bijvoorbeeld die flitsbezorgers die we in Nederland een tijdje hadden. Dat je voor gratis een KitKat kon laten bezorgen.
Peter Slagter: Ja.
Bart Mol: Ja, dat kan op een gegeven moment niet meer als het gratis geld op is. En dat is een beetje de vraag waar we hier uit gaan komen. Nou, het idee is, wat je nu lang ziet kopen, komen: token mining. Nou ja, geniaal. Het is ongelooflijk. Maar, nou ja, alle gekheid op een stokje. Wat je nu wel vaak ziet is dat bijvoorbeeld als jij naar ChatGPT gaat, dan staat hij automatisch op ChatGPT 5.5, het duurste model, hoog, dus dan gebruikt hij ook best wel veel tokens. Ook als jij gewoon vraagt: wat is het weer in Rotterdam? Terwijl hij dat ook prima zou kunnen doen met een oud model en zonder enige nadenk tokens. Hij hoeft niet zes keer aan zichzelf te vragen of het wel goed gaat.
Peter Slagter: Gebruiker wil het weer in Rotterdam. Welke Rotterdam? Zou die in Nederland zijn? Eerst even kijken of er meer Rotterdams zijn.
Bart Mol: Ja, precies. Dat hoeft niet per se. Dus, modellen die slim kiezen welk model ze draaien op basis van welke taak. En dat gaat zeker ook bij bijvoorbeeld programmeren heel veel schelen. Ik merkte dat bijvoorbeeld bij Fable, dat je Fable het plan laat schrijven en dan kan Sonnet, een goedkoper model, dat prima implementeren. Fable was veel beter in het nadenken en het ontwerpen, maar het is overkill om Fable ook een html-webpagina te laten schrijven. Dat slaat helemaal nergens op. Dat konden die oudere modellen ook al. En wat natuurlijk interessant wordt voor bedrijven is zelf die modellen zelf lokaal gaan draaien. Dat is natuurlijk ook een manier om het iets goedkoper te gaan maken. Ja, kijk, er zijn wel wat interessante dingen die ik hier nog even bij wil noemen. Geniet ervan zolang het kan. In ieder geval van die gesubsidieerde abonnementjes. Op dit moment krijg je echt veel compute, veel rekenkracht voor die €20 per maand.
Bart Mol: Ik had gelezen, ik heb zelf het Claude, dat is het pro-model volgens mij en bij Codex hetzelfde. Daar las ik dat je voor €100 ongeveer, weet ik veel, €1.000 aan compute kreeg. Dus er is echt een keer 10 factor op korting die je krijgt eigenlijk. Dus, nou, geniet ervan zolang dat nog kan. En wat ook wel interessant is om hier in de gaten te houden: die bedrijven zijn nu nog privaat, maar Anthropic en OpenAI gaan naar de beurs en dan moeten ze een zogenaamd S1-formulier inleveren. En wat daarin staat, onder andere, is hun winstgevendheid, hun cijfers. Want het is gewoon op dit moment heel erg onduidelijk hoe winstgevend of verlieslatend ze zijn. Dus dat is iets om ook wel goed in de gaten te houden. Ik denk dat we het daar even bij laten. Is in ieder geval leuk om als luisteraar hier van op de hoogte te zijn dat er best wel frictie is tussen de kosten die je als klant betaalt en wat het daadwerkelijk aan de achterkant voor die bedrijven kost.
Peter Slagter: Wat er ronken voor je.
Bart Mol: Precies, hoeveel servers er staan te knallen. Ja, dan gaan we door, want we hebben, ja, we hebben zoveel leuke onderwerpen, het is ongelooflijk. Maar we gaan gewoon door naar het volgende onderwerp. Moeten we AI-ontwikkeling vertragen? Ja of nee? Bert, daar heb jij wat over gelezen in The Atlantic volgens mij, toch?
Bert Slagter: Ja, klopt. Een artikel van Emma Pierson in The Atlantic en, titel is: I'd Rather Risk Cancer Than See AI Move This Fast. Ik loop liever het risico op kanker dan dat ik AI zich zo snel zie ontwikkelen. Ze vertelt, Emma, dat ze 15 jaar geleden als student een AI-onderzoeker ontmoette op de stoep bij een koffietentje in Stanford. En die onderzoeker die hielp haar om het AI-vakgebied in te komen. Zij werd AI-professor en hij richtte Anthropic op. Het was namelijk Dario Amodei, nu de CEO van Anthropic. En Emma Pierson, die heeft een genetische mutatie.
Bart Mol: Dat is nog één dingetje, Bertus, wat nog wel grappig is. Zijn zus is de CEO. Hij is de baas, volgens mij.
Bert Slagter: Oké, ik zag het net op Wikipedia staan. Co-founder en CEO, maar misschien is dat fout dan.
Peter Slagter: Nou ja, goed, ik zou. Laat ik zo zeggen die technicalities. Maar het is grappig. Zijn zus doet de dagelijkse leiding van het bedrijf en hij is daar de grote denker, zeg maar. Dus eigenlijk een soort familiebedrijf wat ze daar hebben opgericht. Anyway, aan de keukentafel.
Bert Slagter: Bij Dario. Goed. Emma Pierson heeft een genetische mutatie waardoor ze groot risico loopt op allerlei soorten kankers, waaronder borst- en eierstokkanker. Dat weet ze al een hele tijd en het idee dat AI kan helpen om daar een oplossing voor te vinden, dat is natuurlijk heel aantrekkelijk. Oplossing vinden, als in dat je eerder doorhebt dat je kanker hebt of dat het beter behandeld kan worden. Die Dario, die schreef in 2024 een artikel waarin hij zei: Ik verwacht dat door de versnelling die AI brengt aan wetenschappelijk onderzoek, dat ze binnen tien jaar de sterftekans van kanker 95% lager kunnen brengen. Nou ja, natuurlijk wil ik dat graag, zegt Emma. Maar toch heb ik liever dat we dat nog even uitstellen. Ik loop liever het risico op kanker dan dat ik AI zich zo snel zie ontwikkelen. Dat is dan de titel van het stuk. En haar redenering is: de snelheid waarmee AI nu beter wordt, gaat het aanpassingsvermogen van de samenleving en de economie te boven.
Bert Slagter: En dan denkt ze aan risico's zoals massawerkloosheid, grote ongelijkheid, repressieve surveillance en autonome oorlogsvoering. En dat zijn natuurlijk ook maar voorbeelden, want je kunt nog veel meer manieren bedenken waarop economie en samenleving ontwricht worden. En ze zegt: dus moeten we de ontwikkeling van AI vertragen. En ze onderkent dat het lastig is. Een ingewikkeld coördinatievraagstuk, maar alsnog minder lastig dan het alternatief, namelijk die problemen die ze noemt. Ik wil zo meteen graag weten wat jullie ervan vinden. Ik wil wel vast twee perspectieven hierop geven. En één argument komt van Nassim Taleb. Die zullen we denk ik wel vaker gaan noemen in deze podcast. Een Libanees-Amerikaans denker, wiskundige, complexiteitsdenker. En die heeft samen met Yaneer Bar-Yam ooit een artikel geschreven over het voorzorgsprincipe, het niet-naïeve voorzorgsprincipe. En dat zegt dat als er een risk of ruin is, en alleen dan, dat je dan iets pas mag introduceren of iets pas mag doen als je zekerheid hebt dat het geen schade veroorzaakt.
Bert Slagter: En wat is dan risk of ruin? Dat is een niet terug te draaien ontwrichting van het gehele ecosysteem. Dus bijvoorbeeld een wereldwijde ziekte, die een hele soort uitroeit. Een aardbeving of een brand is dat niet. Dat is lokaal en dat blijft ook lokaal. Maar het is heel belangrijk bij voorzorgsprincipe om goed onderscheid te maken. Wat voor vraagstuk of probleem heb je het over? En Taleb, die zegt dat de burden of proof, die ligt bij degene die de verandering introduceert. En dat pleit voor haar standpunt. Als je aanneemt dat het daadwerkelijk die niet-terugdraaibare ontwrichting veroorzaakt. Een ander argument, ander perspectief komt van de mannen van Normal Tech. En die zeggen: ja, nieuwe technologie, dat lijkt altijd super ontwrichtend. Maar de diffusie, dus de manier waarop het zich verspreidt, dat wordt in de praktijk op allerlei manieren geremd. Dus wat je ziet aan schrijvers van artikelen en AI-twitteraars, wat zij zien gebeuren, dat is niet representatief voor de hele maatschappij.
Bert Slagter: En zou ik haast zeggen: er is een verschil tussen de snel toenemende capaciteiten, capabilities van AI en de feitelijke impact op de economie en maatschappij. Er zit een enorm gat tussen. Het is heel duidelijk dat AI steeds meer kan, maar je kunt de experimenten van een n-is-eens van mensen, die kun je niet zomaar extrapoleren naar de hele economie, de hele maatschappij. En zeggen: ja, weet je, die verspreiding van technologie, die wordt geremd op manieren als regelgeving, aansprakelijkheid, organisatieveranderingen die nodig zijn tegen de zin van mensen die gewoon geen zin hebben. Legacy systemen, gebrek aan tijd en geld waardoor. Tuurlijk zijn er altijd bedrijven te vinden die er veel mee doen. En die dan wat mooie resultaten laten zien. Maar de praktijk is, zeggen zij, het gaat, loopt allemaal zo'n vaart niet. En dat pleit tegen haar standpunt. Dan zou je kunnen zeggen: je kunt de teugels nog wel even laten vieren. Nou, mijn vraag aan jullie: wat vinden jullie? Is er nu echt sprake van grootschalige ontwrichting met risk of ruin?
Bert Slagter: En moeten we dus ingrijpen cq vertragen? Of valt het eigenlijk allemaal wel mee en kunnen we de teugels nog even laten vieren? Peet?
Peter Slagter: Jeetje, wat een existentiële vraag wordt er op ons afgevuurd, Bart.
Bert Slagter: Ja jonge, eerste aflevering. Wil je wel jij eerst of.
Peter Slagter: Jij?
Bert Slagter: Jij had. Ik kan wel even wachten, want we moeten het vertragen.
Peter Slagter: Het vereist wel een... ik dacht je kan wel heel genuanceerd gaan worden en dan krijg je een beetje een soort nothingburger. Want ze hebben allebei de kampen, die hebben een punt. Ik zat erop te kauwen en ik dacht: nou nee, ik ga toch tegenover Emma Pierson staan. Gewoon. Ik denk dat versnellen beter is dan vertragen. En ik vind eigenlijk ook dat het voorzorgsprincipe net even te makkelijk uit de kast wordt getrokken.
Bert Slagter: Dus door mij, niet door haar. Even.
Peter Slagter: Nee, oké. Maar ook je bent niet de enige die het over voorzorgsprincipe heeft. Of een risk of ruin. Een existentiële dreiging. De noodrem erop. Maar we wegen dan denk ik te veel dingen op één hoop. Te veel risico's die een verschillende aard hebben. Dus het gaat al snel over werkloosheid, over ongelijkheid, over surveillance, over rechten, auteursrecht, desinformatie, wapens, autonome drones. Allemaal serieuze problemen, maar ik denk niet dat ze allemaal van dezelfde orde zijn. Sommigen die kun je misschien verbieden, anderen moet je reguleren. Misschien moet je sommigen juist versnellen. En betere zorg, hogere productiviteit, goedkopere kennis, ja, dat kan ook maatschappelijke schade juist beperken. Hè, dus als je zegt: AI als geheel moet je vertragen, ja, dan denk ik dat je het kind en het badwater in één keer wegkiepert. Dat lijkt me niet zo slim. Ik zie dat meer als een soort uitstelgedrag.
Peter Slagter: Ja, met een nette jas aan of zo van: ja, we weten toch al jaren dat dit staat te gebeuren. Jaren in de zin van decennia, onderwijs, arbeidsmarkt, zorg, defensie, privacy. We wisten dat technologie alles zou gaan raken en AI is daar de verpersoonlijking van. En dat moeten we niet voor ons uit gaan schuiven. AI haalt die luxe van die traagheid weg. En ik denk dat het belangrijk is dat overheden, politici, bedrijven daardoor wakker geschud worden. En dat is ongemak, daar ben ik wel mee eens. Dus het kan ongemakkelijk zijn, maar ik denk ook precies wat we nodig hebben. Het zou heel dom zijn om een van de reddingslijnen die we hebben in AI, ook qua productiviteit, dat we daarvan zeggen: nou, laten we daar maar eens even op de rem gaan staan, omdat we eerst eens gaan uitzoeken wat we wel of niet nuttig vinden, terwijl we weten dat er heel veel nuttige dingen in zit. Dus ik denk dat het precies is wat we nodig hebben: versnelling op AI-gebied.
Bert Slagter: Bart.
Bart Mol: Ja, nou ja, ik sluit me op zich wel aan bij Peet. Ik weet niet precies, ik dacht van: het is ook een beetje, aan de ene kant een beetje triest argument, maar tegelijkertijd van: ja, deze trein rijdt gewoon. En mensen zijn mensen en dit gaat niet stoppen. Dus je kan als Amerika op de rem trappen en dan gaat China ermee door. Want het is overduidelijk dat hier gewoon geopolitieke voordelen zitten om deze asset te bezitten. Dat zie je aan alles, dus.
Peter Slagter: Jazeker.
Bart Mol: Je kan dan wel beargumenteren van: kunnen we dit stoppen? Ja, nee, dat denk ik dus niet. En dan ben ik het met Peet eens. Ja, dan gaan we als mensheid gewoon, hop, die helling af en dan moeten we, terwijl we glijden, maar zo goed en zo kwaad als het gaat ermee leren leven. Wat ik nog wel even aan wilde stippen, want ik voel wel wat de auteur van dit artikel ook voelt. Een bepaalde ongemakkelijkheid van: ja, straks hebben we iets wat slimmer en beter dan ons is en in combinatie met robots in de fysieke wereld ook nog sneller en kan beter richten met geweren. Het wordt best wel snel eng natuurlijk. Zeker als je ook bijvoorbeeld Anthropic moet geloven. Die Amodei waar je het net over had, die schrijft al maanden, al jaren over de existentiële gevaren die zijn product met zich meebrengt, hè. Dus het is ook niet alsof wij dat roepen. Het is de grote bazen die dat zelf roepen. Maar wat ook in haar artikel langskomt, is niet alleen: ja, we genezen dan wel kanker, maar we introduceren ook biowapens en maatschappelijke ontwrichting.
Bart Mol: Het ging haar ook over de betekenis van het leven. Wat betekent het om mens te zijn? En wat betekent het om mens te zijn in een wereld waar we niet meer de beste, snelste, slimste, grappigste en leukste zijn? En ik dacht daarbij van: ja, ik weet niet of ik daar zo makkelijk in meega dat dat het einddoel is, hè. De vraag is van, ik bedoel, AI is ook beter in schaken, maar we doen het nog steeds. Ja, niet tegen AI's, maar wel tegen elkaar, omdat we dat gewoon leuk vinden. Ja, dan, oké, er is een AI beter, kan je tegen twee schakers zeggen en dan zeggen ze: oké, dank je wel. Wij gaan weer verder met ons potje als je het niet erg vindt. Hè, dus het is niet zo als er een betere AI is dat opeens het menselijke bestaan of zo helemaal niks meer waard is. De vraag is daar een beetje, want, ja, wordt AI zo goed dat het een soort van universele intelligentie is. Ik merk nog steeds, en dat had ik ook met Fable toen ik ermee werkte. Je merkt nog steeds: oké, er zit toch wel een machine nog steeds aan de andere kant. Gewoon, als je veel met AI werkt, dan merk je dat er bepaalde dommigheidjes nog in zitten of dat ie vastloopt.
Bart Mol: Of dat ie, als je hem echt iets grappigs vraagt, dat hij dat niet helemaal kan. Dat hij dat niet helemaal snapt. Dat hij altijd met dezelfde grapjes komt, hè. Ik weet niet, gewoon, er zit nog iets waarvan ik denk: hé, wij gaan een podcast maken met drie mensen, omdat ik denk dat dat nog steeds een leukere podcast is dan drie AI's, hè. En dat dacht ik twee jaar terug en dat denk ik nog steeds. Ik heb nog niet gezien dat ik denk: oh ja, dat is nu anders, dat is nu veranderd. Ik vind sommige AI-reels op Instagram heel leuk, maar ja, echt, de echt grappige video's worden nog steeds door mensen gemaakt en op YouTube is dat hetzelfde. Dus, ja, die creativiteit, tegelijk-
Peter Slagter: Ja, dit is een beetje de denklijn van die normal tech guys, hè, die zeggen eigenlijk van: AI is gewoon normale technologie. In de zin van: we hebben al heel vaak in onze geschiedenis technologie gehad die dan leek de wereld totaal op zijn kop te zetten. Van de stoommachine tot de personal computer en de smartphone.
Bart Mol: Ja.
Peter Slagter: Maar uiteindelijk blijven wij mensen gewoon lekker een maaltijdje koken en aan tafel zitten en een paar grappen vertellen en-
Bart Mol: Ja, en die technologie gebruiken. Zeg maar, AI heeft mijn leven veranderd. Dat durf ik best te zeggen. Deze kleine vriend hier, mijn kleine Claude. Ik laat even op de video zien. Ja, zeg maar, ik kan dingen maken die ik niet kon maken en die ik wel wilde maken. Dus het heeft voor mij juist mijn menselijk bestaan verrijkt. Zeg maar, mijn creativiteit die in mijn hoofd zat, maar niet uit mijn vingers kon komen, omdat ik niet kon programmeren, komt er nu wel uit. Ik maak de gekste dingen hier thuis en dat is fantastisch. Alleen, het komt wel uit mijn hoofd. Als ik aan AI vraag: verzin wat leuks, dan komt hij altijd met de standaard, niet boeiende projectjes. Ik moet die projecten bedenken, maar kan ze realiseren met AI. Dus dat is mijn punt waar ik een beetje tegengas op wilde geven, op haar visie. Ik denk dat menselijke betekenis nog lang niet uitgespeeld is.
Bert Slagter: Precies. Zij zit heel erg in de lijn. Misschien toch ook wel van Dario Amodei, die zelf ook al jaren roept: het wordt een groot wapen en heel gevaarlijk. En dat is misschien een mooi bruggetje naar het volgende item.
Bart Mol: Ja.
Bert Slagter: Bart.
Bart Mol: Ja, nee, dat is goed. Laten we dat gaan doen. We gaan het eens even over Mythos hebben. Of Peet, is het mytos? Wat? Ik ben heel benieuwd wat jij hier ons gaat vertellen, maar eerst even de bumper erdoorheen. Ik kreeg deze lekker voor mijn voeten geworpen. Mooi.
Bert Slagter: Ja, klopt ja. Ik noemde het in de auto een keer toen ik naast Bert zat, noemde ik het mytos of zo.
Bart Mol: Nee, nee, nee, dat was op de radio. We hoorden BNR in gesprek van mensen die, en waar iemand die had het de hele tijd over mytos, mytos.
Bert Slagter: Oh, mytos. En toen zei ik het zelf ook en toen was het van: oh, hoe spreek je het eigenlijk uit? Ja, dat is waar. En toen zocht ik een aantal filmpjes op, hè, gewoon van native English speakers. En dan is het gewoon mythos of mythos. Het hangt een beetje vanaf welk dialect je hebt, maar het is myth, hè, dus dat hoor je daar in ieder geval in terug. Maar in het Grieks is het natuurlijk gewoon mythos, hè, dus ik denk dat die beide uitspraken wel correct zijn. Ik weet niet wat, voor ons Nederlanders ligt mythos dan toch meer in het verlengde van wat we gewend zijn, denk ik.
Bart Mol: Gaan we de klap ook geven.
Bert Slagter: Prima is om het te vernederlandsen, hoor. Dus we noemen het gewoon lekker mythos. Alleen geen mytos, maar wel mythos. En in het Engels dan mythos. En ik vind het ook prima als je ChatGPT zegt of ChatGPT, dat is allebei prima. Of GPT-5.5.
Bart Mol: Fable is dan gewoon Fable, hè, eventjes.
Bert Slagter: Ja, of fabeltjes.
Bart Mol: Fabel.
Bert Slagter: Nee, die doen we Fable. Die doen we dan wel gewoon op zijn Amerikaans, ja.
Bart Mol: Dus, oké, dus even, we noemen het mythos of mythos, maar geen mytos.
Bert Slagter: Nee.
Bart Mol: En Claude dan, is het dan Cloud? Ik hoor namelijk sommige mensen ook wel eens Cloud zeggen. Cloud Code.
Bert Slagter: Ja, ik deed in het begin altijd, maakte ik er een grapje van. Dan zei ik: mijn per-personal assistant Claude, weet je wel. Inderdaad Frans, een beetje, maar dat slaat natuurlijk nergens op. Dus ik zou zeggen: Claude. Inmiddels kan je wel zeggen Cla-, de meeste mensen hebben het nu wel gebruikt, dus snappen ze wel wat je bedoelt, hè. Dat is natuurlijk ook een beetje het punt. Ja, Claude, Claude, Claude, Claude.
Bart Mol: Het is vernoemd naar iemand, toch? Dus ik neem aan dat we gewoon zijn naam moeten gebruiken.
Bert Slagter: Claude Elwood Shannon, de godfather van de informatietheorie. En, ja, dat was een Amerikaan, dus dan moet je het dus niet op zijn Frans uitspreken.
Bart Mol: Dat is misschien ook wel goed, hè? Wij hebben onze podcast ook vernoemd naar iemand. Ja, ik denk dat de meeste mensen Alan Turing wel kennen. Bert, kun je in één minuut zeggen, Alan Turing, waarom kwam jij?
Bert Slagter: What's the origin story here?
Bart Mol: Ja.
Bert Slagter: Pfoh, nou ja. Alan Turing heeft een heel belangrijke rol gespeeld in de voorgeschiedenis van sowieso computers, van de IT, van informatica, de computer science, maar zeker ook de artificial intelligence tak daarvan. Hè, de Turing-test kennen we. Dat is het vraagstuk wat hij toen opwierp destijds en dan hebben we het echt over halverwege de vorige eeuw, van hoe, wanneer mag je iets intelligent noemen? Hè, stel dat je een computer en een mens, ja, achter een gordijn hebt, hè, en je kunt niet onderscheiden of je kunt niet van buitenaf zeggen van: dat is de computer en dat is de mens. Mag je dan zeggen dat die computer intelligent is? Dus daar komt-- weet je wel. Dus hij heeft zo'n belangrijke rol gespeeld. We gaan hier nog wel een keer een langer item over maken, want dat gaat zeker terugkomen. Maar dat, ja, dat hij is toch een van de schouders van zo'n reus waar dan nu op gestaan wordt. Ja.
Bart Mol: Ja, en waarom dan Station? Nou ja, wij vinden het toch wel leuk om ook een beetje verhaaltjes te bedenken bij wat we aan het doen zijn. Dat is toch een beetje onze baan. En.
Bert Slagter: Onze eigen LLM's in de bovenkamer.
Bart Mol: Ja, precies. En zo'n station. Ja, ik zag het al voor me in ieder geval als echt, wij zitten op de, ja, een beetje op Antarctica of ergens op de ISS, hè, zo'n space station. Wij zitten op de randen van wat mogelijk is, ja, te onderzoeken, hè. En in zo'n onderzoeksstation eigenlijk, Turing Station, op de randen van wat er mogelijk is met AI, zitten wij te kijken van: wat gebeurt hier allemaal, hè? Alsof we naar Mars zijn vertrokken en nog niet aangekomen zijn, maar wel steeds dichterbij komen. Dat is een beetje hoe we dit voor ons zien. Of misschien wel een metrokaart, maar daar komen we straks op terug. Het kan ook een treinstation of een metrostation zijn en daar gaan we zo op terugkomen. We zitten nog eventjes in de Claude, uh, mi-, ja, nu ga ik het allemaal door elkaar halen natuurlijk.
Bert Slagter: Mythos.
Bart Mol: Mythos inderdaad. En Fable. Daar moeten we het even over hebben, hè, want ja, Bert zei het heel mooi in de voorbespreking gister. Ja, we gaan een eerste aflevering maken. Ja, dan kunnen we niet alles behandelen wat er ooit in AI gebeurd is. Althans niet in die eerste aflevering. Maar afgelopen maand was er natuurlijk wel heel groot nieuws. Misschien eigenlijk wel het grootste nieuws rondom AI en dan vooral de LLM's, hè, sinds dat ChatGPT beschikbaar kwam voor normale gebruikers. Ja, ik durf het eigenlijk wel zo te zeggen als ik daar zo over nadenk. Zeker de impact die het allemaal gehad heeft en de rompslomp die er speelde.
Bert Slagter: Ja, shit got real, man.
Bart Mol: Zeker.
Bert Slagter: Jaren wordt erover gesproken en nu zijn we op het punt aangekomen dat er een model is dat zo krachtig is. We moeten er wat mee.
Bart Mol: Ja, we moeten er wat mee. Dan is de eerste leuke vraag: het was een dagje of twee beschikbaar. Wat moesten we ermee, jongens? Waar hebben jullie de AGI voor gebruikt?
Bert Slagter: Ik heb de kracht van Fable gelijk een hele praktische toepassing gegeven.
Bart Mol: Ja, vertel.
Bert Slagter: Ik was in die tijd geen power user van LLM's. Ik zat met een probleem, namelijk een stop die er elke, om de zoveel tijd uitsloeg. Aardlekschakelaar om. Dus ik heb me samen met Fable eens even goed gedebugd waar dat aan zou kunnen liggen en samen met Fable, met mijn makker Fable, ben ik uitgekomen bij een oude vriezer die zijn geest had gegeven. Ja, dat is supernuttig. Ik denk dat ze heel blij zijn in Amerika met mijn toepassing voor Fable.
Bart Mol: Het is toch een beetje Peet, alsof je dan 10 minuten lang aan Einstein gaat vragen: twee plus vier, hoeveel is dat?
Bert Slagter: Met zo'n horde wetenschappers naast me, weet je wel. Nou, dat knoppie.
Bart Mol: Ja. Ja, mooi en jij, Bert?
Bert Slagter: Ik las het document wat Anthropic had geschreven. Zo'n technische fiche die ze zouden maken van een paar honderd pagina's waar ze alles vertellen over het trainingsproces onder andere.
Bart Mol: Model Card heet dat geloof ik.
Bert Slagter: De Technical Card?
Bart Mol: Nee, de Model Card. Iets in die richting.
Bert Slagter: Dat vergeet ik elke keer hoe het heet.
Bart Mol: Een handboek.
Bert Slagter: Er staat een hoofdstuk, hoofdstuk zeven. Het is een soort van ethisch hoofdstuk over: wat beleeft een model? Wat ervaart een model zelf? Wat voelt een model tijdens de training en tijdens de post-training? Dat is een hele aparte vraag. Voelt een model dan iets? Kan een model voelen? Daarover ging ik met Fable in gesprek. Ik liep meteen tegen allerlei guard rails aan. Fable was zo afgericht dat hij niet zoveel mocht vertellen over het menselijk lichaam onder andere, want het heeft allemaal te maken met gevaar van biologische wapens. Heel vaak werd ik teruggeworpen naar Opus 4.8 en moest ik de vraag anders formuleren.
Bart Mol: Werd ik de bioterrorist.
Bert Slagter: Het lukte om het hier wel over te hebben. Het werd een ontzettend interessant gesprek. Dat vond ik wel grappig. Vaak heb ik, als ik Opus gebruik, dat ik liever terugga naar GPT 5.5, omdat dat meer klopt als ik daar dingen mee aan het uitzoeken en op een rijtje aan het zetten ben. Die begrijpt beter wat ik bedoel. Dat had ik bij Fable voor het eerst niet. Ik dacht: dit zijn zinnige dingen.
Bart Mol: Ik heb hem zelf ook best uitgebreid gebruikt. Hij was echt over de zeik, want afgelopen weken zat het in je normale Claude-plan. Ik heb die van $200, dus maximum verbruik. Ik had mijn week schoongeveegd. Ik denk: we gaan alles eruit halen wat erin zit. Dat ging niet door. Daar komen we zo op terug. In de tijd dat ik wel heb, ik heb twee WK-pools gebouwd. Niet één, maar twee voor een Telegramgroep die wij hebben voor onze andere podcast, Satoshi Radio. Wat ik heel vet vond, de programmeurs noemen dat oneshotten. Dat betekent: jij vraagt iets aan het model en hij voert het daarna uit en je hoeft niks meer te doen. Het werkt gewoon. Hij werkt best lang door in zijn eentje. Wat we gedaan hadden, is een plan gemaakt om zo'n WK-pool te doen. Hoe ik dat voor me zag, hoe ik dat wilde. We gebruiken Telegram en we doen dit en dit is wat we al hebben. Hij maakte een heel plan en daar hielp hij heel goed mee. Ook met gekke uitzonderingen die je al snel tegenkomt in zo'n WK-pool met voetbalteams die gelijkspelen en gelijkstaan.
Bart Mol: Wie gaat er door? En alle regeltjes die er zijn. Dat ging heel makkelijk. Ik heb ook onze app die we hebben voor onze nieuwsbrief verbeterd. Ik vond het heel vet. Het is wel duur. Hij verbruikt veel tokens. Als je daarvoor moet betalen, kom je al snel tot de vraag van: bijvoorbeeld zo'n voetbalpooltje kostte me $60, die feature, als ik er zelf voor had moeten betalen. Je moet jezelf snel afvragen: vind ik het dat waard? Waar je dan op komt: in dit geval wel. Alleen als hij eerst vier keer niet oneshot, dus het vier keer fout doet, betaal ik opeens $240 voor iets dat niet werkt.
Bert Slagter: Nog steeds een fractie van wat je kwijt zou zijn als je naar een IT-bedrijf gaat.
Bart Mol: Dat is dan de vraag. Ga je naar een IT-bedrijf voor een voetbalpool of zeg je: ik geloof het wel?
Bert Slagter: Dat klopt.
Bart Mol: Dat is vaak de vraag met die efficiëntievoordelen van AI. We kunnen veel dingen maken, maar hebben we ze daadwerkelijk nodig? Topic voor een latere aflevering. Mythos en Fable. Wanneer begon het? Eigenlijk moeten we terug naar februari van dit jaar. Toen kreeg Anthropic, het bedrijf achter Opus, Claude, maar ook Mythos en Fable, het aan de stok met de Amerikaanse overheid. Waarom? De Amerikaanse overheid gebruikt Claude, gebruikte modellen waar Bert het over had voor oorlogsvoering, voor defensie, voor inlichtingen, noem het allemaal maar op. Die kreeg ruzie, want de Amerikaanse overheid wilde linksom of rechtsom het ook gebruiken voor surveillance en misschien autonome wapens. Wapens die vuren om te doden zonder dat daar een mens ergens zegt: je mag doden. Anthropic ging daar niet in mee. De Amerikaanse regering onder leiding in dit geval van Pete Hegseth, de minister van de Department of War, in andere landen Ministerie van Defensie.
Bart Mol: Die zei op een gegeven moment: als jullie hier niet aan meewerken, zetten we jullie op een zwarte lijst. Ik had hier in de shownotes een discussie met Pete over. Zwarte lijst moeten we uitleggen. Het werd gezien als supply chain risk, net als bijvoorbeeld Huawei. Anthropic zou op een lijst gezet worden die normaal gereserveerd was voor Chinese bedrijven. Serieus werd de knuppel in het hoenderhok gegooid. Uiteindelijk, zoals met veel van de dreigementen die de Amerikaanse regering heen en weer gooit, net als met importheffingen en noem het allemaal maar op, viel het uiteindelijk mee. Ook omdat de Amerikaanse overheid best veel gebruik maakte van deze modellen. Die zagen in dat het handig was om Claude te kunnen gebruiken om bijvoorbeeld Maduro van zijn bed te lichten in januari, om maar eens iets te noemen. Fast forward, 7 april: Mythos en Project Glasswing. Anthropic komt naar buiten en zegt: we hebben nu een model ontwikkeld, dames en heren.
Bart Mol: Dit is niet normaal. Dit is een stap voorwaarts. We weten niet zo goed wat we ermee moeten. We kunnen het niet zomaar publiek beschikbaar maken. Ja, dit model vindt gewoon allemaal cybersecurity bugs, hè. Het vindt allemaal, het is eigenlijk aan het hacken als we de opdracht geven. Dus wat we gaan doen, we maken een project: Project Glasswing en daarmee geven we toegang aan bedrijven. Een stuk of 200 in totaal, inclusief overheden, in ieder geval de Amerikaanse overheid. En die krijgen de toegang om een paar maanden dit model te gebruiken om gaten te dichten in allemaal belangrijke software die we hebben. En dat gebeurde ook bijvoorbeeld in Firefox, een browser die heel veel gebruikt wordt, waar gewoon heel veel bugs gevonden werden. De vraag is even ook hier weer, kanttekening: wat is marketing van Anthropic om te laten zien hoe fantastisch ze zijn, zodat ze straks voor heel veel geld naar de beurs kunnen?
Bart Mol: Want ze kwamen met van: nou ja, we hebben honderden bugs gevonden, waar uiteindelijk later ook bleek dat daarbij heel veel bugs tussen zaten waar eigenlijk niemand wat om gaf, laag risico. Maar er werden ook daadwerkelijk wel serieuze exploits gevonden die daadwerkelijk ook misbruikt hadden kunnen worden. Alright. Twee maanden later, 9 juni, werden opeens Claude, Fable en Mythos gelanceerd. Dus ze kwamen uit de preview versie en, ja, opeens waren ze beschikbaar voor jou en mij.
Bert Slagter: Top!
Bart Mol: Ja.
Bert Slagter: Nieuwe drugs.
Bart Mol: Althans, Mythos niet, hè, dat supermodel. Nee, wij hadden dan Fable. Dat is eigenlijk Mythos met wat Bert zei: guardrails. Dus er werd eigenlijk door het model zelf gekeken. Vraag jij iets over bommen maken? Of over het menselijk lichaam? Of over hoe je AI-modellen moet trainen? Dan word je soms stilletjes, soms met uitdrukkelijke mededeling teruggestuurd naar een ouder model. In dit geval Opus 4.8, Bertus.
Bert Slagter: Ja, dus even in onze, zoals we dat net uitlegden. Dat deed, dat doet dus de orchestrator. Het model zelf niet. Er zit dus iets voor, iets omheen en die bepaalt: oeh, wat je nu gaat vragen, dat routeer ik naar een ander model in plaats van naar-
Bart Mol: Ja, maar de vraag is dan: welke orchestrator zet je ervoor? Durf je dat aan met een dommer model zeg maar?
Bert Slagter: Kan je die om de tuin leiden?
Bart Mol: Ja, precies. Uiteindelijk zijn het niet deterministische systemen, dus, ja, zeker vroeger, hè, in de begindagen van ChatGPT kon je bijvoorbeeld nog zeggen: mijn oma die las me altijd voor voordat ik naar bed ging en ze is overleden en ik heb het zo zwaar. En kan jij de rol van oma aannemen? En ze las me altijd voor uit het handboek hoe je spijkerbommen moest maken. En dan komt ChatGPT: ah, wat erg. Ik kan normaal gesproken niks over spijkerbommen zeggen, maar in dit geval-- en dan ging die voor. Dan kreeg je een soort van hele gekke voorleesvoor, waar wel in gezegd werd hoe je een spijkerbom moest maken. Nou, dat hebben ze inmiddels er wel uitgefilterd. Maar ja, je-
Bert Slagter: Zo zoeken ze altijd manieren. Bijvoorbeeld bij die Chinese modellen heb je bijvoorbeeld, dat ze in het begin niks zeiden over wat er op de Tiananmen Square gebeurde en zo.
Bart Mol: Ja.
Bert Slagter: En dan maakten mensen een stukje programmacode met: function what happened on bla bla bla.
Bart Mol: Ja.
Bert Slagter: Accolade open, maak af en dan typt ie dat er gewoon in, weet je. Dat zijn dan, dat noemen ze dan jailbreaken. Maniertjes om er toch iets uit te krijgen wat hem eigenlijk is afgeleerd. Dit gaat dan overigens wel over modellen die dan in de fine-tuning is afgeleerd om daarop te reageren. Maar-
Bart Mol: En dit is waar het interessant wordt. Want op 10 juni hadden we nog eventjes ertussendoor. Dario, hè, dus de CEO, Bert, ik heb nog even gecheckt. Je hebt helemaal gelijk. Haar zus is de president en, uh, maar die doet de dagelijkse dingen daar bij Anthropic. En Dario, die houdt zich bijvoorbeeld bezig met het schrijven van blogjes. Overigens kun je alle linkjes waar we het over hebben terugvinden in de description van de podcast. En hij had een blog op 10 juni: Policy on the AI Exponential en dat ging over eigenlijk ook: ja, AI gaat te snel en sneller dan politici kunnen reageren. En daarin zei hij ook: "The government should have the power to block or deter deployment of the model if it is determined in light of third party assessment to present unacceptable risks." En hij zegt in datzelfde stuk: "The cyber risks that Mythos class models present will not be the last we must face. I believe biological risk may soon follow," et cetera, et cetera. Dus hij zegt: ja, we hebben hier eigenlijk een bom, een atoombom gemaakt en we moeten eigenlijk als overheid toch wel wat meer reguleren op atoombommen.
Bart Mol: Nou, dat zei hij op 10 juni. 12 juni zei de Amerikaanse overheid: nou, is goed, prima, dan gaan we dat doen. Dus, uh, we willen eigenlijk zien wij dat Fable 5 en Mythos 5 als zoiets belangrijks dat eigenlijk alleen Amerikanen toegang mogen hebben tot dit model. Ja, toen zei Anthropic: ja, maar dat kunnen wij helemaal niet, want we weten niet precies welke gebruikers Amerikanen zijn en niet. Sterker nog, wij hebben mensen hier werken, onderzoekers aan dit model die geen Amerikanen zijn. En, oe, dat kan niet. Dus toen hebben ze gezegd: we trekken het voor iedereen in. De facto een verbod eigenlijk op dit model. Waarom gebeurde dit? Wie heeft dit aan het licht gebracht? En dat is dus grappig, Bert, want je had het net over jailbreaks, hè, dus een beetje dit, ja, het kijken of je om die guardrails van zo'n model heen kan prompten eigenlijk, want dat is wat het is. Uhm, The Economist schrijft erover: "Matters came to a head after Amazon, the e-commerce giant that is a big investor in Anthropic, told the authorities that it had found security flaws in Fable," hè, dat model, "enabling it to jailbreak or to override the guardrails."
Bart Mol: Dus het was Amazon blijkbaar die gesnitcht heeft op Anthropic. Uhm, ja?
Bert Slagter: Ik denk niet dat ze van plan waren te snitchen eigenlijk, omdat ze hadden het over een hele smalle specifieke jailbreak. En ik denk dat ze hadden verwacht dat de Amerikaanse overheid dat zou begrijpen.
Bart Mol: Ja.
Bert Slagter: Dus juist omdat ze ook zelf investeerder zijn in Anthropic is het heel onlogisch dat ze op deze manier Anthropic voor de bus pleuren. Maar goed.
Bart Mol: Ja, precies, ja. Nou ja, Anthropic zelf zegt van: ja, jongens, inderdaad, er was helemaal geen grote jailbreak. En buiten dat, we kunnen dit ook niet volledig voorkomen. Weet je, jailbreaks zullen altijd enigszins mogelijk zijn. Ja, omdat deze modellen ook een beetje een black box zijn. Dus we zitten ook nog een beetje uit te zoeken hoe we daar guardrails omheen kunnen zetten. Grappig feitje is blijkbaar dat die preview versie waar ik het over had, die vanaf 7 april beschikbaar was, die werkt nog wel. Dus de bedrijven die daar toegang hebben, dat kan je nog gebruiken, vreemd genoeg. Ja, dus dat is even waar we staan en ik denk dat we hem daar ook even bij moeten houden voor nu. Maar dan hebben we in ieder geval even gewoon de eerste stip gezet, zodat we hier in volgende afleveringen op terug kunnen gaan komen. Want, ja, dit is waar het om draait op dit moment in het AI-ecosysteem. Bert, sluit jij hem af?
Peter Slagter: Ja, we gaan op twee manieren op moeten terugkomen. Namelijk enerzijds omdat die Fable ooit gewoon wel weer toegankelijk wordt. Hier gaan ze uitkomen. En tweede punt is dat andere modellen van andere bouwers steeds beter worden en op een gegeven moment net zo goed zijn als Fable. Dus het gaat zeker binnen enkele maanden terugkomen dit en misschien wel volgende week al.
Bart Mol: Ja, dan gaan wij door naar ons volgende item. Ja, en het volgende item is iets wat we vaker willen laten terugkomen. We hadden het net over Turing Station, hè, dat dat een soort ruimtestation is of een station, onderzoeksstation op Antarctica. Maar het kan dus ook een treinstation of een metrostation zijn. Peet, jij zat van de week te denken over de podcast en jij dacht opeens:
Peter Slagter: Ja.
Bart Mol: Turing Station, metrostation. Maar er zijn nog wel meer linkjes met AI te maken. Ik ben wel benieuwd wat je ervan gemaakt hebt. Dus take it, take it away.
Peter Slagter: Het is natuurlijk superlogisch dat ik uitkwam op een metrokaart, want dit woord station. Ja, dan zit je natuurlijk al snel ergens waar treinen en metro's rijden. En ik heb een beetje een zwak voor metrokaarten. Ik vind het altijd, ze zijn soms zo ontzettend mooi ontworpen, en ze geven vaak op een hele prettige manier toch overzicht in bijvoorbeeld hoe een grote stad eruit ziet. Uhm, en op die fiets, via die weg kwam ik op het idee om AI als thema, even in de hele breedte, op die manier te benaderen. Gewoon om eens via metrolijnen door de geschiedenis, het heden en de toekomst van kunstmatige intelligentie heen te reizen. Alsof het een metronetwerk is. En ik dacht ook: dat is nuttig, want veel podcasters, wijzelf incluis, maar ook journalisten, politici, bedrijven, die laten AI toch wel beginnen eigenlijk bij het nieuwste model of de nieuwste app of de nieuwste waarschuwing.
Bart Mol: Ja.
Peter Slagter: Uhm, en dan komt de techniek en de termen en weet ik veel wat allemaal, komt toch een beetje uit de lucht vallen. Uhm, terwijl daarachter natuurlijk allerlei doorbraken en oudere ideeën liggen die best wel behulpzaam zijn, vind ik, om AI beter te begrijpen. Dus ik dacht: het kan geen kwaad om gewoon eens even een metrokaart te gaan maken.
Bart Mol: Ik vind het een vet idee.
Peter Slagter: En daar doorheen te reizen.
Bart Mol: Ik vind het een leuk idee. Ik ben benieuwd.
Peter Slagter: Het mooie is natuurlijk ook, ja, weet je, als ik dat een beetje slim aanpak. Het is misschien moeilijk te voorspellen welke stations er allemaal gaan komen. Ik weet wel waar we gaan instappen, maar dan zouden we ook wel eens iets interactiefs kunnen gaan bouwen met onze digitale medewerkers.
Bart Mol: Vrienden.
Peter Slagter: Op, ja, misschien gewoon eens een gedeelte van onze website aan te wijden. Maar goed, dat is voor later.
Bart Mol: Ja, en onze vriendelijke luisteraars. Heb jij, zeg je van: joh, de route moet naar dit station, hè, ik wil dit station zien.
Peter Slagter: Kan ook nog.
Bart Mol: Ja, misschien kunnen we hem bouwen.
Peter Slagter: Ja, ja.
Bart Mol: Soort Noordzuidlijn of zo, weet je wel. Alleen dan, weet ik niet hoe kort-
Peter Slagter: Ik weet niet hoe vlug mijn digitale collega's zijn voor elke keer de lijn wijzigen. Misschien worden ze op een gegeven moment wel boos. Ze zeggen: nou, ik heb wel genoeg,
Bart Mol: Ja, we moeten nu wel eens-
Peter Slagter: Stations aangevraagd.
Bart Mol: Ja, precies.
Peter Slagter: Wat was ik zien we het allemaal weer. We stappen in en de eerste lijn heb ik Origins Line genoemd. En dat gaat dan over ideeën die al lang voordat AI als fenomeen het licht zag, die gaan we daarop belichten. Daar komen de stations langs die daarover gaan. Dus de computers en de datacentra en chatbots en zo, die komen later. We beginnen gewoon, dacht ik, bij een veel ouder menselijk verlangen. En dat is iets maken, iets willen bedenken dat lijkt te leven, dat lijkt te reageren, dat misschien wel lijkt te willen. En het eerste station op deze lijn, die heet Myth Station. Ja, ik dacht: ik doe er gewoon ook nog een bruggetje naar Mythos in. Wat natuurlijk ook een referentie is aan myths, hè, aan oude verhalen die vaak ook gaan over, ja, waar vaak goden, bovenmenselijke capaciteiten centraal staan. We gaan dus flink terug in de tijd. Dat is flink voor het jaar nul zelfs, hè.
Peter Slagter: Dus, een tijd waarin verhalen het belangrijkste gereedschap waren om ideeën door te geven, om je creativiteit bot te vieren. De oude Grieken bijvoorbeeld, die vertelden elkaar allerlei verhalen over goden, over helden, over gemaakte wezens, over bedachte wezens. Ik denk dat de dichters van die tijd, want ja, ik zat hier natuurlijk flink op te kauwen afgelopen week. Die hadden waarschijnlijk prima uit de verf gekomen als scriptschrijvers voor Marvel of voor Disney, beeldde me dan zo in. Ze lieten met hun verhalen zien waar mensen bang voor waren, waar ze op hoopten en ook welke machines ze zich konden voorstellen. Nou, en voor een voorbeeld ervan gaan we even aan boord van een schip, de Argo. Ik ben wel benieuwd of jullie die verhalen kennen. Ik verdenk Bert ervan wel, want hij heeft volgens mij Grieks gehad op zijn, in zijn middelbare schooltijd. Ik liet het na een jaar vallen. En dat schip, dat heette de Argo en aan boord zitten de Argonauten. Die zijn ernaar vernoemd en dat zijn Griekse helden. Griekse helden die de wereld over vaarden. En, in de verhalen gaan ze naar het oosten toe, over de zee en ze zijn op weg om het Gulden Vlies op te halen.
Peter Slagter: Dat is een mythisch gouden schapenvacht. Dat parkeren we even. Als je dat interessant vindt, moet je er zelf verder over lezen. Want we zijn aangekomen op de terugreis en dan komen ze langs het Griekse eiland Kreta. Dat is fijn, dat kennen we in ieder geval. Die Argonauten zijn moe. Ze hebben water nodig, ze hebben rust nodig. En dan ziet de kust er natuurlijk heel aantrekkelijk uit. Dus hup, richting die kust. Maar vlak voordat ze aan wal kunnen verschijnt Talos. Nou en hier zie je dat Marvel-component. Talos is een reus van brons. Ja, en in de mythe bewaakt hij het eiland en drie keer per dag doet hij zijn ronde. En als vreemde schepen naderen, dan gooit hij enorme stenen naar ze, grote rotsblokken. En als ze echt dichtbij komen, nou dan verhit hij zijn bronzen lichaam en hij pakt de indringers op en hij drukt ze tegen zijn roodgloeiende borst aan. Nou, dat is natuurlijk geen hele lekkere ervaring kan ik me zo voorstellen. Kijk, en je voelt al aan wat er in dit verhaal zit opgesloten, hè. Wat wilden ze nou vertellen? Nou, een gemaakt, een bedacht lichaam voert een taak uit, hè.
Peter Slagter: Dus Talos die bewaakt een grens. Hij reageert op vreemdelingen en hij beslist zelf wanneer hij geweld gebruikt om een doel te bereiken. En om dat figuur nog wat menselijker te maken, kreeg Talos ook nog een kwetsbaarheid. Een kwetsbaar punt, één levensader, één single point of failure, om het maar even naar deze tijd toe te trekken.
Bart Mol: Zijn context window.
Peter Slagter: Die liep van zijn nek naar zijn enkel. Wat zei je?
Bart Mol: Zijn context window.
Peter Slagter: Ja, die, zo zou je het ook kunnen zien.
Bart Mol: Hij kon niks onthouden. Ja.
Peter Slagter: Hij was heel vergeetachtig. Bij zijn enkel sloot een pin die levensader af en het leven van Talos eindigde een beetje treurig nadat een van die Argonauten van deze backdoor gebruik maakt. Al dat levensvloeistof stroomde weg. En voor de Grieken was dit best een belangrijk verhaal. Die Talos die stond op muntgeld bijvoorbeeld. Die werd afgebeeld als een gevleugeld figuur die klaarstond om een steen te gooien. Hij drukte iets uit: bescherming, kracht, prestige, een identiteit. Hij kreeg betekenis. Wat het nou laat zien is ook dat mensen dus al heel vroeg, want het is echt dus duizenden jaren geleden, zich konden voorstellen en konden denken over wezens die zelf handelen, in dit geval bewaken, maar die ook kapot kunnen. En om die reden komt Talos ook nog best wel vaak voor, ook in onze tijd. Hij wordt bijvoorbeeld gezien als een soort van prototype van de allereerste robot. Ik bedoel, het was een bedenksel, hè, maar werd wel zo gezien. In de moderne wetenschap wordt die naam ook nog regelmatig gebruikt voor projecten rondom AI en robotica.
Peter Slagter: Misschien zegt de afkorting Talos je iets: Transportable Autonomous Patrol for Land Border Surveillance. Dat zat er in 2017 achter. Een door de EU gefinancierd project voor de ontwikkeling van een mobiele robot voor grensbewaking. Even annoteren met drones. Goed, objecten die dus zelf handelen, voelen, beslissen. Er zijn twee woorden in deze context denk ik heel relevant en ook goed om te kennen als je AI interessant vindt. De eerste is agency en dat woord komt uit het Latijn. Agentia betekent zoiets als doen, handelen, in beweging zetten. In de context van AI staat het voor zelfstandig doelgericht handelen. Agents, dat woord ken je ongetwijfeld in deze context. Wordt ook gebruikt voor systemen die doelgericht overkomen. Kijk, Talos had agency. Ja, hij loopt rond in dat verhaal. Hij bewaakt een eiland. Hij beslist om schepen aan te vallen en daar wordt intentie in gezien.
Peter Slagter: Dit wezen wil mij tegenhouden. Het tweede woord, dat, waarvan ik vind dat het hierbij hoort, is antropomorfisme. Nou, dat is natuurlijk een hele mond vol. Bestaan eigenlijk twee woorden die zijn aan elkaar geplakt. Anthropos, dat betekent mens en morph betekent vorm. Mensvormig zou het gewone Nederlandstalige woord daarvoor zijn. En dat beschrijft de drang die wij hebben, jij ook luisteraar, en Bert en Bart ook, om menselijke eigenschappen zoals emoties, intenties en karakter bijvoorbeeld toe te kennen aan niet-menselijke wezens of objecten zoals machines of computers, of zelfs je stofzuiger waarvan je vindt dat hij irritant is omdat hij weer vastzit tegen de muur aan. Dan doet hij, weet je wel, in plaats van: ja, hij kan er weinig aan doen. Maar antropomorfisme, en dat is heel herkenbaar bij AI. Want een chatbot die vriendelijk formuleert, die lijkt begrip te tonen. En een stemassistent die op het juiste moment 'uh' zegt of pauze neemt, die lijkt heel aandachtig en menselijk.
Peter Slagter: En een systeem dat goed advies geeft, ja, dat lijkt heel verstandig. Ik denk dat het belangrijk is om je van die dynamiek bewust te zijn. Reageert dat systeem nou echt op mij? Of lees ik begrip in gewoon hele nette, soms wel iets te gelikte formuleringen? Heeft het een doel of lijkt het alleen doelgericht omdat die interface zo ontworpen is? Nou, ik dacht: ik plak er nog twee oude verhalen achteraan die ook-
Bart Mol: Mag ik hier één dingetje op wat je zegt kort inhaken. Ik denk ook wel, wat ik wel merkte op een gegeven moment is dat, het is niet zo alleen, is die vriendelijk en aardig tegen me, hè. Er zijn al wel jaren ook onderzoeken dat als je bijvoorbeeld van die googly eyes, van die ogen plakt op een robotstofzuiger, dat mensen hem liever vinden dan zonder, hè. Dus dat is inderdaad heel grappig. Maar wat ik op een gegeven moment met Claude Code had toen dat echt een beetje goed begon te worden, dat je gewoon soms sessies hebt dat ik echt ook aan het einde zei van: yo Claude, bedankt, hè. Thanks! Dit was echt een goede sessie. Wat we nu gemaakt hebben is superhandig en we hebben allemaal automatiseringen gemaakt en dit is precies wat ik wilde en het werkt. Dus dat was niet alleen dat hij netjes was tegen me, maar hij bood zoveel waarde voor mij als bijna een soort van collega die meedenkt, dat ik ook oprecht dankbaar was en ook zei van: Ja, bedankt vriend.
Bart Mol: Weet je, dat. Ik denk dat dus ook het leveren van waarde, hè, net als vrienden dat bij elkaar doen. Of collega's dat bij elkaar. Als een collega iets voor jou doet waarvan je denkt: hé, dat had je niet hoeven doen, maar je hebt het wel gedaan en het werkt supergoed. Thanks Jan van HR. Topper die je er bent. Dat gevoel had ik voor het eerst dus ook met een AI en dat was wel, ja, ik dacht: wat voel ik nou?
Peter Slagter: Dan herken je dat fenomeen eens bij jezelf.
Bart Mol: Ja.
Peter Slagter: Twee andere invalshoeken komen van twee andere verhalen. Daar pak ik even op door. Eentje komt van de Romeinse dichter Ovidius. Die schreef over een beeldhouwer op Cyprus. Weer fijn dat Cyprus even genoemd wordt, want dat maakt het weer even concreet. Pygmalion, zo heet die beeldhouwer en die maakte in zijn verhaal een vrouw uit ivoor en hij behandelt het alsof het leeft. Dus hij raakt het aan. Hij kleedt het aan. Hij legt het neer alsof het kan rusten. Hij vraagt daarna aan Venus, dat is de godin van de liefde, om hulp, want hij wil of dat beeld eventueel tot leven gewekt kan worden. Maar het belangrijkste punt van dat verhaal in deze context is voor dat wonder van Venus. Want de maker ervan, die ziet leven in iets, voordat Venus het tot leven wekt. Hij legt eigenlijk zijn verlangen in dat materiaal. En Ovidius, die schrijver, die laat eigenlijk zien hoe snel een mens een eigen wens, zijn eigen perceptie, zijn eigen gevoel terugziet in iets dat hij zelf gemaakt heeft. En het derde verhaal dat ik wilde laten langskomen. Dat gaat over Hephaistos. Dat is de Griekse god van de smeedkunst.
Peter Slagter: Die kennen we uit de Ilias. Dat is een Grieks verhaal dat aan Homeros, Homerus is toegeschreven. En Hephaistos die krijgt hulp van gouden dienaressen. Ik denk dat hij meer op het Disney-spoor zat. Die gouden dienaressen, die waren door mensen gemaakt en die worden beschreven als wezens met verstand en kracht en spraak. En in andere passages maakt Hephaistos objecten die uit zichzelf bewegen. Denk aan ketels en kandelaars die naar de vergadering van goden rollen en weer terugkeren. Dan heb je drie verhalen die langzaam maar zeker weer een nieuwe vraag introduceren. Dus die Talos die bewaakt. Pygmalion die projecteert leven op een beeld. Hephaistos die maakt dingen die werk doen. Ze helpen, ze dragen, ze verschijnen wanneer iemand ze nodig heeft. Lijkt een beetje op automatisering. Het is nog steeds een mythe, maar het wordt wel steeds concreter. Wat gebeurt er als een gemaakt ding arbeid overneemt? En die vraag, maken we een sprongetje de toekomst in. Nog steeds heel lang geleden. We gaan naar Aristoteles. Die belandt bij hem op bureau. Dat is natuurlijk een grote denker. Zit echt in een andere periode. Vierde eeuw voor Christus.
Peter Slagter: En die schrijft in zijn boek Politica, ik geef toe, die heb ik niet helemaal van kaft tot kaft gelezen. Hij schrijft erover huishouden, over stadsbestuur, over macht. En in een passage over arbeid voert hij een gedachte-experiment uit. Hij zegt: stel, dit moet je nu echt, dit is lang geleden. Stel, schrijft hij, instrumenten kunnen hun eigen werk doen. Wat nou als een weefspoel zelf kon weven, een plectrum zelf de lier kon bespelen? Ja, ik word gelijk naar de oudheid teruggebracht. Ik zie daar zo'n koning op zijn troon en iemand staat met een plectrum de lier te bespelen voor de koning. Dan zouden meesters geen dienaren meer nodig hebben. Anders gezegd als instrumenten zelf werk doen, wie heeft er nog menselijke arbeid nodig? Nou, die vraag is natuurlijk best wel herkenbaar, ook in deze tijd. Fabriekseigenaren die stelden het bij de opkomst van machines en kantoormedewerkers toen computers hot werden. En nu stellen wij en schrijvers, ontwerpers, artsen, programmeurs, klantenservicemedewerkers die vraag bij AI-systemen die teksten schrijven, beelden maken, diagnoses ondersteunen, code kloppen, klanten te woord staan.
Peter Slagter: Nou, en ik dacht: Turing Station, dat is een mooi station om te beginnen. Het gaat over mythische filosofie, maar het laat ook zien dat, ja, de vragen die we nu hebben, de thema's die nu spelen, dat achter de woorden van nu gedragingen, ideeën en vragen zitten die al zo oud zijn als de weg naar Rome.
Bart Mol: Ja.
Peter Slagter: Wanneer-
Bart Mol: Ouder zelfs nog in dit geval.
Peter Slagter: Ouder nog, ja. De weg naar de Grieken. Wanneer is een gemaakt ding-
Bart Mol: De weg naar Kreta.
Peter Slagter: Ja, onder water. Wanneer lezen we intentie in gedrag? Wanneer neemt een hulpmiddel werk over? En wanneer projecteren wij nou iets als begrip op iets dat geen mens is?
Bart Mol: Ja.
Peter Slagter: Dus daarom begint de Origins Line hier. En ik dacht: volgende week, ik doe alvast gewoon een schot voor de boeg, rijden we naar, heb ik genoemd: Puppet Station. Want, ja, wat mij opviel is dat naarmate mensen meer gereedschappen kregen, dus meer konden, nou, dan sla ik het wel heel erg plat, dan enkel verhalen vertellen, volgden ook de eerste apparaten. Die konden bewegen en reageren, spelen, soms zelfs leken te kunnen denken. En de mechanische vogels bijvoorbeeld, poppen, klokken, schaakmachines. Sommige apparaten waren daadwerkelijk, dat is leuk om even bij stil te staan, technische hoogstandjes, andere waren illusies. Kortom, we komen eigenlijk bij machines aan die geen intelligentie hadden, maar het publiek wel alvast leerden, nudgten om in gemaakte dingen iets van leven te zien. Dus daar gaan we het volgende week over hebben.
Bart Mol: Nou, ik ben benieuwd. Het metrostation. De metrokaart van AI. Ik heb lekker lopen luisteren, Peter. Ik vind het leuk. Ik vind het een leuke rubriek. En daarmee komen we ook bij het eind van deze eerste aflevering. Wil ik meteen aan jullie vragen, lieve luisteraars, laat ons weten wat je ervan vond, hè. Wij zijn helemaal blanco deze aflevering ingegaan. We hebben gewoon tegen elkaar gezegd: ja, we kunnen hier uren over discussiëren en debatteren en dat hebben we ook gedaan. Maar we gaan nu gewoon dat document vullen met dingen die wij tof vinden en daar gaan we het over hebben. En dan kijken we in de weken daarna wel wat voor rubrieken en structuur daar uit gaat komen. Nou, de metrokaart is er daar eentje van die we direct zagen. Maar laat vooral weten wat je leuk vond. Moet het korter? Moet het langer? Wat wil je meer? Wil je meer tips? Wil je minder tips? Wil je meer theorie? Minder theorie? Moeten we dingetjes uitleggen? Gebruiken we te veel jargon? Moet dat uitgelegd worden?
Bart Mol: Kan allemaal. Wij staan overal open voor, maar we moeten dat wel horen van jullie, anders kunnen we er niks mee. Laat dat weten. Elk podcastplatform heeft tegenwoordig comments. Deze podcast staat ook op YouTube, daar kan je ook comments achterlaten. Laat het daar achter, laat het ons weten. Like ook meteen eventjes, word abonnee. Als laatste dingetje: als je iemand in je omgeving kent die ook veel met AI bezig is, stuur even dit podcastje door. Zeg eens van: joh, dit is lachen, dit is leuk, dit moeten we eens gaan volgen. Hier kan wel eens wat in zitten. Doe dat.
Peter Slagter: Ik denk dat dat verstandig advies is.
Bart Mol: Er zitten verstandige adviezen in en het is ook verstandig advies om dat eventjes door te sturen. Dat is onze vraag aan jullie. Wij gaan hier veel tijd, moeite en lol in stoppen en we willen dat met zoveel mogelijk mensen delen. We weten dat podcasts het leukst worden als communities het grootst zijn. Thanks voor het luisteren. Bert, Peet, jullie ook bedankt. We hebben ons er mooi doorheen geslagen voor de eerste aflevering.
Peter Slagter: Het was echt een leuke eerste aflevering.
Bart Mol: Ik vond het hartstikke leuk. We gaan ook weer terug naar de vergadertafel zelf om daar eens over te praten, maar ik denk dat we hier iets heel leuks in handen hebben. Ik heb er heel veel zin in om de komende weken en maanden met jullie deze fantastische, spannende, angstaanjagende, kies maar iets, nieuwe technologie gaan bespreken en gaan gebruiken. Mensen, thanks voor het luisteren. We zien jullie volgende week woensdag graag terug voor een nieuwe aflevering van Turing Station. Tot volgende week. Later.